Belasting ter bestrijding van verkrotting van woningen en/of gebouwen

Met de belasting ter bestrijding van verkrotting van woningen en/of gebouwen, ook wel 'krotbelasting' genoemd, wil de Vlaamse overheid de verloedering van de leefomgeving tegengaan.

Tot 2010 was er op gewestelijk niveau sprake van drie lijsten binnen de inventaris van woningen of gebouwen:

  • de ongeschikte en/of onbewoonbare woningen
  • de verwaarloosde woningen of gebouwen
  • de leegstaande woningen of gebouwen

Met het decreet van 27 maart 2009 werd de leegstandsheffing op woningen en gebouwen overgeheveld naar de steden en gemeenten. Vanaf 1 januari 2010 vervalt dus de gewestelijke heffing op leegstaande gebouwen en woningen. Vanaf dan is er op gewestelijk niveau enkel nog sprake van twee lijsten binnen de inventaris:

  • de ongeschikte en/of onbewoonbare woningen
  • de verwaarloosde woningen of gebouwen

De gemeenten die een eigen gemeentebelasting heffen op gebouwen en woningen die leeg staan, zijn vanaf dan onderworpen aan de bepalingen van het decreet grond- en pandenbeleid. Dit decreet legt het kader op waaraan de gemeenten zich moeten houden als ze een eigen leegstandsheffing invoeren.

Neem met betrekking tot de leegstand van uw gebouw of woning steeds contact op met de stedelijke of gemeentelijke diensten waar uw leegstaand pand gelegen is.

Opgelet!

Leegstandsheffingen die vóór 1 januari 2010 door de Vlaamse Belastingdienst ingekohierd werden, maar die door een toegekende opschorting nog niet betaald moesten worden, kunnen nog steeds door het Vlaamse Gewest geïnd worden na het einde van de opschortingsperiode.

Het is mogelijk dat u voor uw pand zowel door het Vlaams Gewest als door de gemeente belast wordt voor verkrotting of verwaarlozing. Beide kunnen dus naast elkaar bestaan en staan los van elkaar. Ontving u voor uw geïnventariseerd pand een heffing van het Vlaams Gewest én de gemeente, is het raadzaam om u ook bij de stedelijke of gemeentelijke diensten te informeren.