Belasting

Onroerende voorheffing

Artikel

Art. 253,3° WIB92 (huidig artikel 2.1.6.0.1, 3° VCF)

Voorwerp betwisting

Orde van geneesheren - Geen vrijstelling nationaal domeingoed - Geen openbare instelling

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2014/AR/1410

Datum uitspraak

30/6/2015

Status

Voorlopig

 

Samenvatting

1. Feiten

De Orde van Geneesheren poneert dat zij een publiekrechtelijke rechtspersoon is, welke vrijstelling kan genieten overeenkomstig artikel 253,3° WIB92 (huidig artikel 2.1.6.0.1, 3° VCF).

Volgens haar kwalificeert het betrokken onroerend goed als een nationaal domeingoed aangezien de Orde van Geneesheren, nog steeds volgens haar, door het K.B. van 10/11/1967 uitdrukkelijk werd erkend als een publiekrechtelijke rechtspersoon.

De administratie argumenteerde daarentegen dat de Orde van Geneesheren een beroepsvereniging is en geen openbare instelling.

 

2. Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg dd. 11/03/2014

De rechtbank oordeelt dat hoewel de Orde van Geneesheren niet formeel als een beroepsvereniging kwalificeert, doch als een beroepscorporatie, er uit het Koninklijk Besluit nr. 79 betreffende de Orde der Geneesheren dd. 10 november 1967 blijkt dat zij, naast het toezien op de deontologie, ook de beroepsbelangen waarneemt en in belangrijke mate gelijkenissen vertoont met een beroepsvereniging, zij het dat zij door de wet is ingesteld.

Het opzet van de wetgever om middels de installatie van de orde een beroepsorganisatie, een interne regulering en een kwaliteitsgarantie na te streven, alsook de eer en de waardigheid van het beroep wil vrijwaren, en op die wijze onrechtstreeks het algemeen belang nastreeft, volstaat naar het oordeel van de rechtbank niet om te besluiten dat de Orde een openbare instelling is die voldoet aan het beginsel van het benuttigingsgelijkheid.

Naar het oordeel van de rechtbank bewijst de Orde niet dat het onroerend goed wordt gebruikt voor een openbare dienst of dient van algemeen nut. Het onroerend goed heeft niet de aard van een nationaal domeingoed. De vrijstelling op grond van artikel 253,3° WIB92 kan niet worden ingewilligd.

 

3. Arresten van het Hof van Beroep te Gent dd. 30/06/2015

Ook in hoger beroep wordt de orde van geneesheren in het ongelijk gesteld.

Nationale domeingoederen zijn onder meer de eigendommen toebehorend aan maatschappijen, verenigingen, instellingen of organismen van publiek recht die krachtens een uitdrukkelijke bepaling van hun oprichtingswet, gelijkgesteld zijn met de Staat voor de toepassing van de inkomstenbelastingen of vrijgesteld zijn van de inkomstenbelastingen of van elke aanslag op de inkomsten ten voordele van de Staat. Ook bijzonder wetten andere dan de oprichtingswetten kunnen in dergelijke gelijkstelling / vrijstelling voorzien. Er moet vastgesteld worden dat de wet van 25/07/1938 noch het K.B. nr. 79 dd. 10/11/1967 betreffende de Orde der Geneesheren, noch enige andere bijzondere wet voorzien in de laatstgenoemde gelijkstelling / vrijstelling.

De Orde van Geneesheren verdedigt dat zij openbare instelling is en het onroerend goed waarvoor zij vrijstelling vragen een nationaal domeingoed is in de zin van het artikel 253, 3° WIB92

Aangezien de Orde van Geneesheren een publiekrechtelijke organisatie is met rechtspersoonlijkheid kan zij echter niet als een openbare instelling gekwalificeerd worden.

Een openbare instelling heeft o.m. als kenmerk dat zij onder voogdij en controle blijft van haar oprichtende openbare macht. Dit is bij de Orde van Geneesheren niet het geval.

Aldus heeft het onroerend goed ook niet de aard van nationaal domeingoed.