Belasting

Registratiebelasting

Artikel

2.9.4.2.1 §6, 2.9.5.0.3, 3.6.0.0.6 §2 VCF en 1385undecies Gerechtelijk Wetboek

Voorwerp betwisting

Onontvankelijkheid– georganiseerd administratief beroep- combinatie teruggave en navordering gunstregimes

Rechtbank of Hof

Rechtbank Eerste Aanleg

Plaats

Gent

Rolnummer

15/3269/A

Datum uitspraak

5/09/2017

Status

Definitief

 

Samenvatting

De eigenaars van een appartement doen een verzoek voor teruggave van 3/5den van de door hen verschuldigde registratiebelasting ingevolge wederverkoop van het goed binnen de 2 jaar (Art. 3.6.0.0.6 §2 VCF).

Evenwel hadden zij nooit hun inschrijving op het adres genomen of hoofdverblijfplaats aldaar gevestigd en waren zij bijgevolg aanvullende rechten wegens het niet-voldoen aan de voorwaarden van klein beschrijf en meeneembaarheid verschuldigd (respectievelijk art. 2.9.4.2.1, §6 en 2.9.5.0.3 VCF).

De belastingplichtige had zodoende langs de ene kant recht op teruggave maar was langs de andere kant ook aanvullende rechten verschuldigd. Concreet kwam dit er op neer in dit dossier dat de belastingplichtige nog een openstaande som moest betalen.

Bij beslissing dd. 28/5/2015 werd dit aan de belastingplichtigen meegedeeld en werd gesteld dat omtrent deze aanvullende rechten nog een aanslagbiljet zou volgen. Er werd in bedoelde brief wel meegegeven dat indien belastingplichtigen niet akkoord waren met de teruggave zij hiervoor een verzoekschrift dienden te richten naar de rechtbank.

De belastingplichtigen konden zich niet verzoenen met voormelde beslissing en maakte de zaak aanhangig bij de rechtbank.

De belastingplichtigen wensten dat de rechtbank de beslissing van Vlabel -waarbij werd meegedeeld dat de belastingplichtigen niet voldeden aan de voorwaarden klein beschrijf/meeneembaarheid en zodoende nog aanvullende belasting verschuldigd zijn en zodoende hun recht op teruggave ingevolge wederverkoop zou worden gecompenseerd- teniet zou doen. In het verzoekschrift werd tevens gesteld dat de belastingplichtige konden genieten van overmacht waarbij er dan geen aanvullende rechten zouden verschuldigd zijn.

Evenwel stelt de rechtbank vast dat de beslissing van de administratie inzake de teruggave van registratiebelasting door de belastingplichtigen niet ter discussie staat. Zoals uitdrukkelijk gesteld in de brief dd. 28/5/2015 kon enkel tegen die beslissing van de administratie over de aanvraag van teruggave een gerechtelijke procedure worden opgestart. Met betrekking tot de heffing van aanvullende rechten ingevolgde het niet voldoen aan de voorwaarden tot behoud van het klein beschrijf en de meeneembaarheid is een specifieke procedure voorzien in het VCF. Zoals in de beslissing van 28/5/2015 werd meegedeeld wordt aan de belastingplichtigen eerst een aanslagbiljet verstuurd. Na ontvangst dienen de belastingplichtigen eerst de administratieve procedure te doorlopen en nadien desgevallend zich via een gerechtelijke procedure verzetten tegen de aanvullende rechten.