Belasting

Onroerende voorheffing

Artikel

Artikel 253, 1° (huidig artikel 2.1.6.0.1, 1° VCF)

Voorwerp betwisting

Soortgelijke Weldadigheidsinstelling - Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk

Rechtbank of Hof

Hof Van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2016/AR/572

Datum uitspraak

2017/09/12

Status

Voorlopig

 

Samenvatting

De belastingplichtige is een vzw opgericht met als centrale doelstelling: het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Teneinde haar doelstelling te bereiken, verzekert de vereniging een medisch toezicht op de werknemers door middel van een interbedrijfsgeneeskundige dienst genaamd “X”.

Naar aanleiding van een staatshervorming is de bevoegdheid over preventieve geneeskunde (en arbeidsgeneeskunde) toegewezen aan de Gemeenschappen. Zij is tevens erkend door de Franse Gemeenschap bij een besluit van 21 april 1994.

Ingevolge de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers werd de benaming gewijzigd naar Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk (EDPBW). Deze wet heeft de oprichting binnen de EDPBW van twee afdelingen opgelegd (de afdeling belast met het medisch toezicht en de afdeling belast me de risicobeheersing). In casu gaat het om de eerstgenoemde afdeling, m.n. de afdeling belast met het medisch toezicht.

Belastingplichtige beroept zich op artikel 253, 1° WIB 92 (huidig artikel 2.1.6.0.1, 1° VCF) ten einde de vrijstelling onroerende voorheffing te bekomen.

Volgens het Hof is een dispensarium een zittingslokaal voor poliklinische behandeling (Comm. IB, nr. 253/44) en stelt geïntimeerde (lees Administratie) terecht dat een dispensarium enerzijds inhoudt dat er sprake is van een behandeling en anderzijds dat er sprake moet zijn van “hulpbehoevendheid”. De Administratie leidt dit terecht af uit de kernwoorden die een dispensarium kenmerken, namelijk “patiënten”, “behandeling”, “hulp”.

Belastingplichtige is een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Ze verstrekt aan bedrijven en organisaties professionele begeleiding bij het beheer van hun preventiebeleid, geeft opleidingen en stelt prestaties voor om het welzijn van de werknemers te verbeteren, vooral op het vlak van gezondheidstoezicht en risicobeheer.

Het ondervragen of toedienen van vaccins en het onderzoeken, is niet te vereenzelvigen met het behandelen van patiënten. De belastingplichtige verstrekt deze diensten louter preventief. Er wordt niet aangetoond dat de werknemers die bij haar op controle komen hulpbehoevend zijn. De werknemers worden naar haar gestuurd voor een medisch onderzoek. Zij verricht een medische controle zonder het toedienen van fysieke of geestelijke zorg.

Ook de diensten van belastingplichtige met het oog op het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en alle andere preventiemaatregelen en activiteiten, hebben op zich niets te maken met weldadigheid en zorg aan hulpbehoevenden. De afwezigheid van deze essentiële elementen leidden tot de conclusie dat de belastingplichtige niet kan worden aangemerkt als een dispensarium of een soortgelijke weldadigheidsinstelling, zoals bedoeld in artikel 12 WIB92.