Belasting

Onroerende voorheffing

Artikel

Artikel 257, 4° WIB (huidig artikel 2.1.5.0.2, §1, 3° VCF)

Voorwerp betwisting

Proportionele vermindering: improductiviteit dient onvrijwillig te zijn

Rechtbank of Hof

Hof Van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2016/AR/624

Datum uitspraak

19/09/2017

Status

Definitief

 

Samenvatting

De belastingplichtige verwerft een onroerend goed naar aanleiding van een ruil ingevolge een onteigening door Stad Hasselt.

De belastingplichtige argumenteert voornamelijk dat het slopen van het gebouw noodzakelijk was (geen alternatief mogelijk) en dat mede vertraging werd opgelopen door het talmen van de overheid bij het verlenen van de sloopvergunning. Bovendien liep het voorziene project volgens de belastingplichtige veel vertraging op door de “slechte” instructies en informatie van de plaatselijke overheden.

Het Vlaams Gewest wijst erop dat het de vrije keuze was van de belastingplichtige om het gebouw te verwerven, terwijl ze wist dat ze het niet kon gebruiken omdat het niet voor haar geschikt was.

Het Hof oordeelt het volgende:

  • Er wordt door belastingplichtige niet bewezen dat er geen enkel ander alternatief was (bijv. onteigeningsvergoeding, …)
  • Uit de stukken blijkt dat de aanvragen vertraging opliepen omwille van het feit dat de bouwaanvragen niet in orde, dan wel verschillende afwijkingen bevatten.
  • De aanbieding vanwege de Stad Hasselt over mogelijk geïnteresseerde bedrijven die ook in het gebouw zouden kunnen intrekken, vormde voor de belastingplichtige een opportuniteit en vrije keuze.
  • Uit de stukken kan niet worden vastgesteld dat de kantoorgebouwen niet meer bruikbaar waren voor hun bestemming. Die stonden te huur, maar konden naar aanleiding van onderhandelingen over de ruil door de Stad Hasselt gekocht worden. De kantoorgebouwen waren aldus niet onverhuurbaar. Niets belette de belastingplichtige om het gebouw voor kortstondige verhuur (“pop ups”) aan te bieden op de markt.

De improductiviteit was het gevolg van de vrije keuze om het goed met die bestemming ongebruikt te laten met het oog op de realisatie van een nieuwbouwproject waarvan de administratie verwerking niet abnormaal lang duurde. De improductiviteit is in deze omstandigheden niet aan te merken als onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige. De gevraagde vrijstelling kan niet worden toegestaan.