Belasting

Onroerende voorheffing 

Artikel

Artikel 12, § 1 en 253, 1° WIB 92 ((thans art. 2.1.6.0.1, eerste lid, 1°)

Voorwerp betwisting

Vrijstelling onroerende voorheffing – Voetbalclub – Onderwijs

Rechtbank of Hof

Rechtbank van Eerste Aanleg

Plaats

Oost-Vlaanderen, afdeling Gent

Rolnummer

15/2526/A

Datum uitspraak

04/12/2017

Status

Definitief

 

Samenvatting

De belastingplichtige baat een voetbalclub uit en heeft als voornaamste doel de sport in alle maatschappelijke standen van de Kempen in de meest uitgebreide zin en inzonderheid de voetbalsport te bevorderen en te verspreiden, met een sportief en opvoedend doel.

De gebouwen die de belastingplichtige heeft opgetrokken, heeft zij niet “bestemd” voor onderwijs maar eerder voor de sportieve ontwikkeling van de leden van de clubs, hetgeen niet één van de doeleinden uitmaakt voorzien in artikel 12, §1 WIB 92 (thans art. 2.1.6.0.1, eerste lid, 1°) om een vrijstelling te bekomen van de onroerende voorheffing. Het onroerend goed is hier in hoofdzaak bestemd voor sport en spel, vermaak, ontspanning of hobby.

Uit het feit dat voor de aangesloten clubleden geregeld trainingen worden georganiseerd onder leiding van erkende monitoren, volgt niet dat deze activiteiten vallen onder de toepassing van het begrip “onderwijs” zoals bepaald in artikel 12, §1, WIB 92. Anders dan de belastingplichtige stelt, is deelname aan (recreatieve) voetbalcompetitie geen vorm van onderwijs.

Bijna elke menselijke activiteit, ook in de sfeer van ontspanning en sport, is immers gebaseerd op een leerproces en overdracht van kennis en/of van vaardigheden maar zonder dat hierbij deze activiteiten als onderwijs kunnen worden aangenomen in de zin van artikel 12, §1, WIB 92.

Uit het voorgaande volgt dat de belastingplichtige niet aantoont dat de belaste onroerende goederen bestemd zijn voor onderwijs.

De vrijstelling kan derhalve niet worden toegestaan.