Belasting

Onroerende voorheffing 

Artikel

Artikel 12, § 1 en 253, 1° WIB 92 ((thans art. 2.1.6.0.1, eerste lid, 1°)

Voorwerp betwisting

Vrijstelling onroerende voorheffing – Vakantiehuis voor kinderen

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2015/AR/2015

Datum uitspraak

19/12/2017

Status

Definitief

 

Samenvatting

De belastingplichtige (VZW) heeft als doel om de kinderen uit arbeidersgezinnen uit Mechelen een speelpleinwerking aan te bieden in een gezondere omgeving dan de stad. Volgens de belastingplichtige wordt al ongeveer vijftig jaar lang op quasi dezelfde manier gebruik van het domein gemaakt, namelijk :

  • In de zomer zes weken eigen speelpleinwerking door de belastingplichtige. Tijdens deze zes weken speelpleinwerking in de grote schoolvakantie is er principieel geen enkele ter beschikkingstelling van het domein aan derden mogelijk.
     
  • Buiten de zomerperiode enerzijds, aanwending door de belastingplichtige voor activiteiten in rechtstreeks verband met haar speelpleinwerking zoals monitorencursussen, het onderhoud en in orde stellen van de terreinen en gebouwen en de voorbereiding van de speelpleinwerking en anderzijds, aanwending voor allerlei initiatieven van derden op jeugd en kinderen gericht, circusschool voor kinderen
     
  • Daarnaast een incidentele verhuur van enkele lokalen voor familie- en andere feesten aan particulieren voor een middag of avond.

Het staat niet ter discussie dat de belastingplichtige voldoet aan de vereiste van het ontbreken van winstbejag.

Het begrip ‘vakantiehuis voor kinderen’ (Artikel 253, §1, 1° WIB 92 (thans art. 2.1.6.0.1, eerste lid, 1°))kan in een hedendaagse opvatting worden geïnterpreteerd als (soms didactisch) speelterrein voor kinderen. Het kan niet worden betwist dat de faciliteiten van het speelplein toelaat kinderen sociale en motorische vaardigheden bij te brengen en niet louter een kinderopvang is.

De concrete lage huurprijzen bevestigen de stelling van de belastingplichtige dat het privéverhuur zowel in tijd en ruimte als financieel beperkt is. Het speelplein wordt voor het overgrote deel verhuurd aan organisaties die zich belangeloos inlaten met kinderen.

Uit de concrete cijfers blijkt dat het speelplein en bijhorende gebouwen voornamelijk en hoofdzakelijk worden gebruikt voor het bijbrengen van vaardigheden en opvangen van kinderen. Het speelplein is bestemd en wordt hoofdzakelijk gebruikt als vakantiehuis voor kinderen.

De belastingplichtige maakt derhalve aanspraak op de vrijstelling.