Belasting

Onroerende voorheffing

Artikel

Artikel 253, 3° WIB92 (huidig artikel 2.1.6.0.1, 3° VCF)

Voorwerp betwisting

Nationaal domeingoed:

- onroerend goed mag op zichzelf niets opbrengen

- onroerend goed moet gebruikt worden voor een openbare dienst of een dienst van algemeen nut

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2016/AR/1691

Datum uitspraak

16/01/2018

Status

Definitief

 

Samenvatting

De discussie heeft betrekking op 14 onbebouwde percelen, eigendom van de Belgische Staat (Defensie), die gelegen zijn in een militair domein. Het militair domein wordt gebruikt voor radiocommunicatie: er bevinden zich enkele zendmasten op het terrein. Het militair domein ligt tevens in beschermd natuur/agrarisch gebied. De percelen in kwestie maken het voorwerp uit van twee concessies, gesloten met particulieren.

De rechtbank van eerste aanleg kende de vrijstelling voor nationaal domeingoed toe. Het Hof van Beroep te Gent bevestigt nu dit vonnis. Het Hof oordeelt dat de concessies kosteloos zijn, de concessieovereenkomsten voorgelegd door Defensie voorzien geen cijns. De concessionarissen hebben het nobel doel op zich genomen in het kader van de vzw Natuurpunt braakliggende gronden te onderhouden met het oog op natuurbehoud. De budgettaire verlichting die Defensie ervaart door het toestaan van dit gebruik in ruil voor onderhoud in goede staat kan niet worden gekwalificeerd als een opbrengst in de zin van artikel 253, 3° WIB (thans art. 2.1.6.0.1, 3° VCF). De vaststelling van het kadaster dat de percelen begraasd worden houdt evenmin in dat de percelen op zichzelf iets opbrengen.

M.b.t. de derde voorwaarde, het gebruik voor een openbare dienst of dienst van algemeen nut oordeelt het Hof dat de gronden militair domein zijn en blijven. Het werkelijk gebruik betreft het voorzien van radio-technische infrastructuur voor Defensie. De concessies en het natuurbehoud betreffen bijkomstige aspecten van onderhoud van de percelen die er voor zorgen dat de militaire bestemming en gebruik mogelijk blijft en behouden wordt. De concessie kan ook door Defensie op elk moment worden opgezegd. Dit precaire recht van de vergunninghouder bevestigt het relatieve karakter van de concessie bedoeld voor het onderhoud van de percelen.

Bovendien komt de instandhouding van de natuur ook in aanmerking als een dienst van algemeen nut.