Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Art. 2.9.4.2.1, §6 VCF

Voorwerp betwisting

Klein beschrijf - Niet naleven inschrijvingsverplichting - Financiële en gezondheidsproblemen - Geen bewijs=geen overmacht

Rechtbank of Hof

Rechtbank van eerste aanleg

Plaats

Oost-Vlaanderen, afdeling Gent

Rolnummer

17/116/A

Datum uitspraak

17/05/2018

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het voorliggende geschil betreft de toepassingsvoorwaarden van het 'klein beschrijf’. Aangezien de belastingplichtige zijn appartement te snel heeft verkocht, heeft hij niet voldaan aan de voorwaarde van bewoning. De belastingplichtige beroept zich op overmacht en meent recht te hebben op een verlaagd tarief aan registratierechten op basis van artikel 2.9.4.2.1, §6 VCF. De belastingplichtige roept financiële en medische redenen in, namelijk dat zijn echtgenote werd geconfronteerd met gezondheidsproblemen en de hiermee gepaard gaande financiële problemen alsook dat hijzelf een zware medische ingreep moest ondergaan met werkonbekwaamheid tot gevolg, zodat hij de voorwaarde van bewoning omwille overmacht niet kon naleven.

De rechtbank stelt vast dat de belastingplichtige geen enkel bewijs voorlegt van de opgeworpen ernstige financiële en medische problematiek. De rechtbank merkt op dat de belastingplichtige in het bezwaarschrift spreekt over de bevalling van zijn echtgenote, van de werkloosheid van zijn echtgenote, de werkonbekwaamheid van de belastingplichtige ten gevolge van een rugletsel en het failliet van zijn werkgever.

De aangehaalde redenen van overmacht blijken dus niet overeen te komen met de ingeroepen redenen van overmacht in de conclusie van de belastingplichtige. De 'loutere' beweringen van de belastingplichtige worden niet gestaafd door enige stukken. Uit deze vaststellingen blijkt duidelijk dat hij geen pogingen heeft ondernomen om deze gebeurtenissen te voorzien of te voorkomen. De belastingplichtige bewijst bovendien niet dat hij alle mogelijke inspanningen heeft geleverd om een oplossing te zoeken voor deze problemen overeenkomstig het principe van de 'goede huisvader'. Hij dient immers op te treden als een normale vooruitziende en zorgvuldige persoon. Het vooruitziendheidsprincipe betekent dat men in redelijkheid zich de nadelige gevolgen van zijn handelen probeert in te schatten. Het zorgvuldigheidsprincipe betekent dat men nadelige gevolgen probeert te voorkomen door de gepaste voorzorgsmaatregelen te nemen. Geen enkel bewijs ligt hiervan voor.

De rechtbank is van oordeel dat de belastingplichtige faalt in zijn bewijslast van overmacht, nu hij niet verwijst aan de hand van stukken naar een situatie van een onmogelijkheid tot handelen noch naar een situatie die zich voordoet onafhankelijk van de wil van de partij die zich hierop beroept.