Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Art. 60 Wb. Reg.

Voorwerp betwisting

Klein beschrijf - Niet naleven inschrijvingsverplichting - Woning nog voor het huwelijk alleen aangekocht – EOT - Regeling met ex-echtgenote - Geen overmacht

Rechtbank of Hof

Rechtbank van eerste aanleg

Plaats

Oost-Vlaanderen, afdeling Gent

Rolnummer

16/3474/A

Datum uitspraak

06/06/2018

Status

Definitief

 

Samenvatting

De belastingplichtige betwist niet dat hij de voorwaarden voor een verminderd registratierecht zoals bepaald in het toenmalig geldend artikel 53, §2, 2° Vl. W.Reg. door de verkoop van zijn onroerend goed binnen een termijn van drie jaar, ingaand op de datum van de akte van verkrijging, heeft miskend. Als gevolg van deze verkoop is de belastingplichtige niet gedurende ten minste drie jaar zonder onderbreking ingeschreven gebleven in het bevolkingsregister op het adres van het verkregen onroerend goed.

De belastingplichtige heeft bijgevolg de voorwaarden om van een verlaagd registratierecht te genieten niet nageleefd.

De belastingplichtige beroept zich echter op overmacht. Hij zet uiteen dat hij ingevolge de echtscheiding niet langer bij machte was om de hypothecaire lening af te betalen en daarom genoodzaakt was het onroerend goed voor het verstrijken van de bovenvermelde driejarige termijn te verkopen.

De rechtbank stelt vast dat de belastingplichtige het onroerend goed alleen heeft aangekocht (2006) en pas naar aanleiding van zijn huwelijk (2008) dit onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten heeft ingebracht. Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te leper (2009) werd het huwelijk ontbonden door echtscheiding.

Het feit dat de belastingplichtige de woning nog voor het huwelijk alleen aankocht, impliceert dat hij als alleenstaande voldoende financiële draagkracht had om deze investering te doen en de hypothecaire lening af te lossen. Uit niets blijkt dat zijn toenmalige echtgenote in de loop van het huwelijk financieel heeft bijgedragen ter aflossing van de hypothecaire schuld. Bovendien blijkt uit de aanvullende regeling wederzijdse rechten echtscheiding door onderlinge toestemming van 20/03/2009 dat zolang de ex-echtgenote van de belastingplichtige haar domicilie in het woonhuis heeft zij zal instaan voor de betaling van alle intresten, kapitaalaflossingen en aanhorigheden, zonder verdere tussenkomst van noch verhaal tegen de belastingplichtige.

Het argument van de echtscheiding en de daaruit voortvloeiende onmogelijkheid om de lening verder af te betalen, overtuigt, gelet op de regeling tussen de ex-echtgenoten, de rechtbank niet.

Dat de belastingplichtige niet gedurende ten minste drie jaar zonder onderbreking ingeschreven is geweest in het bevolkingsregister op het adres van het verkregen onroerend goed, is onbetwistbaar het gevolg van een akkoord van de belastingplichtige om zijn ex-echtgenote te laten voort wonen in de voormalige echtelijke woonst. Deze beslissing van de belastingplichtige brengt met zich mee dat hij alle consequenties ervan, ook de fiscale, moet dragen. De niet-naleving van de voorwaarden voor het recht op een verminderd registratietarief is dan ook niet te wijten aan een overmachtssituatie.