Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Oud art. 2.9.3.0.2 §3 VCF, artikel 3.6.0.0.6 §3 VCF

Voorwerp betwisting

Definitieve keuze gunstregime

Rechtbank of Hof

Rechtbank Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen

Plaats

Afdeling Gent

Rolnummer

17/1100/A

Datum uitspraak

27/09/2018

Status

Definitief

 

Definitieve keuze gunstregime

 

Samenvatting

Op 13 juli 2016 kochten belastingplichtigen een woning A aan met toepassing van het verhoogd abattement (oud art. 2.9.3.0.2, §1 VCF). Op 18 juli 2016 werd de aankoopakte geregistreerd. Op 24 november 2016 verkochten belastingplichtigen een woning B. Ze vroegen in die akte om meeneembaarheid door teruggave overeenkomstig artikel 3.6.0.0.6, §3 VCF.

Op 25 november 2016 verstuurde Vlabel een aanslagbiljet wegens het niet voldoen aan de voorwaarden van het abattement inzake woning A. Zodoende zijn belastingplichtigen aanvullende rechten en een belastingverhoging verschuldigd.

Belastingplichtigen betwisten de belastingverhoging. Het bezwaar wordt afgewezen.

Ook wordt de vraag tot teruggave van registratiebelasting ingevolgde de meeneembaarheid vervat in de notariële akte dd. 24 november 2016 voor woning B afgewezen.

Belastingplichtigen konden zich niet vinden in deze beslissingen en legden een verzoekschrift neer bij de bevoegde rechtbank.

De belastingplichtigen argumenteren dat het verzoek tot toepassing van het verhoogd abattement bij de aankoop van woning A op een materiële vergissing berust. Aangezien ze op dat moment nog (even) eigenaar waren van woonhuis B kon de regeling inzake het (verhoogd) abattement geen toepassing vinden. Eens deze vergissing werd ingezien hebben belastingplichtigen dit onmiddellijk rechtgezet door de betaling van de verschuldigde bijkomende registratierecht.

De rechtbank merkt op dat oud artikel 2.9.3.0.2, §3 VCF bepaalt dat het voordeel van de toepassing van het abattement niet kan gecombineerd worden met het voordeel van de meeneembaarheid. De koper zal dus een keuze moeten maken indien zowel voldaan is aan de voorwaarden voor het bekomen van het abattement als aan de voorwaarden voor het bekomen van de meeneembaarheid. Verzaken aan het abattement en overstappen naar het stelsel van de meeneembaarheid is niet mogelijk. De keuze is definitief.

De rechtbank stelt vast dat de akte geregistreerd was op 18 juli 2016. De keuze voor het abattement en het verhoogd abattement in de akte waren dus definitief op 18 juli 2016.

Bovendien merkt de rechtbank op dat de partijen tussen de onderhandse overeenkomsten het verlijden van de notariële akte over een tijd beschikken van ongeveer vier maanden. Verder blijkt dat beide notarissen dezelfde waren die ook reeds de eerste akte hebben verleden waardoor het keuzerecht ontstond. Deze notarissen dienden dus op de hoogte te zijn van wat er gekocht en verkocht werd. Ten slotte zijn deze notarissen beëdigde professionele, academisch juridisch geschoold, die dienen op te treden als normale vooruitziende en zorgvuldige personen. Het vooruitziendheidsprincipe betekent dat men in redelijkheid zich de nadelige gevolgen van zijn handelen probeert in te schatten. Het zorgvuldigheidsprincipe betekent dat men nadelige gevolgen probeert te voorkomen door de gepaste voorzorgsmaatregelen te nemen. De rechtbank deelt dan ook niet de zienswijze van belastingplichtige dat het “hier duidelijk een vergissing (is) in hoofde van juridische leken… die verschoonbaar is”.