Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Artikel 46bis, derde lid W. Reg., artikel 53, eerste lid, 2° W. Reg.

Voorwerp betwisting

Voorwaarden abattement en klein beschrijf

Rechtbank of Hof

Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen

Plaats

Afdeling Gent

Rolnummer

17/1239/A

Datum uitspraak

27 november 2018

Status

Definitief

 

Klein beschrijf en abattement: ongeschiktheid/onbewoonbaarheid van de woning is niet per definitie overmacht

 

Samenvatting

Een belastingplichtige had niet voldaan aan de 2-jaar vestigingsplicht en 3-jaar ononderbroken inschrijvingsplicht om te kunnen genieten van het abattement en het klein beschrijf.

De belastingplichtige betwist niet dat hij de woning nooit heeft bewoond en er evenmin zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd. Hij roept overmacht in en stelt dat hij lid wenste te blijven van de kerkfabriek in […] hetgeen hem ervan weerhield om zijn domicilie te vestigen in […]. Hij wijst erop dat hij zijn praktijk van veearts heeft uitgeoefend in het pand te […] en het aangekochte goed aldus heeft geëxploiteerd. Hij verwijst tevens naar verschillende moeilijkheden waarmee hij af te rekenen had, zoals de jarenlange betwisting aangaande de onderhandse koopovereenkomst, het vinden van geschikte vaklui voor het uitvoeren van herstellingen, de ziekte van deze vaklui.

Belastingplichtige kan zich op overmacht beroepen wanneer het niet respecteren van de voorwaarden dat de verkrijger binnen drie jaar na aankoop moet zijn ingeschreven op het adres en dat de verkrijger er zijn hoofdverblijfplaats moet vestigen binnen twee jaar na datum van registratie van de akte, het gevolg is van redenen onafhankelijk van zijn wil. Belastingplichtige dient aan te tonen dat de voorwaarden om van overmacht te kunnen spreken, vervuld zijn. De rechtbank wijst erop dat de verkrijger op het ogenblik van aankoop van het onroerend goed de staat van dit onroerend goed wordt geacht te kennen alsook de grootorde van de uitgaven die een eventuele renovatie met zich mee brengt. Behoudens bijzondere omstandigheden onafhankelijk van de wil van de verkrijger, dient de verkrijger deze elementen mee in rekening te nemen bij zijn beslissing om op het ogenblik van aankoop van het onroerend goed al dan niet een beroep te doen op het abattement en/of het klein beschrijf, die beiden gunstregimes zijn.

De rechtbank stelt vast dat belastingplichtige op geen enkel ogenblik heeft voldaan aan de toepassingsvoorwaarden voor voormelde gunstregimes. Hij heeft integendeel het onroerend goed gebruikt in het kader van zijn beroepswerkzaamheid. Dit is flagrant in strijd met de uitdrukkelijke bepaling van de wettekst, die een hoofdverblijf en een inschrijving op het adres vereisen.

De omstandigheden die belastingplichtige inroept, kunnen hieraan niet verhelpen. De beslissing om niet te verhuizen teneinde lid te kunnen blijven van de kerkfabriek in […], is een eigen beslissing van belastingplichtige die niet als een geval van overmacht kan worden beschouwd. Ook de gerechtelijke vordering tot nietigverklaring van de onderhandse koopakte kan niet als een situatie van overmacht warden aanvaard, aangezien deze vordering definitief werd beslecht bij arrest van het Hof van Beroep te Gent op 6 september 2006 en de tijdsvoorwaarden voor toepassing van de gunstmaatregelen slechts in december 2006 begonnen te lopen.

Wat de onbewoonbaarverklaring betreft, blijkt uit de tot op heden volgehouden niet-inschrijving van belastingplichtige dat dit niet de eigenlijke reden was voor de niet­ inschrijving/niet-bewoning. Zelfs nadat de woning van de lijst van ongeschikt/onbewoonbaar verklaarde woningen werd geschrapt (vanaf 7 maart 2016) bleef belastingplichtige wonen in […]. Bovendien werd de woning reeds op 21 september 2005 ingeschreven op de lijst van ongeschikt/onbewoonbaar verklaarde woningen. Het is onduidelijk waarom het tot 7 maart 2016 heeft moeten duren alvorens aan de oorzaken van ongeschiktheid/onbewoonbaarheid (waarover overigens geen stukken warden meegedeeld) was verholpen. Er ligt geen enkel stuk voor dat enigszins aantoont dat het lange tijdsverloop te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van belastingplichtige.

Tenslotte, waar belastingplichtige in conclusies stelt dat hij pas bij het opheffen van de ongeschiktheid/onbewoonbaarheid opnieuw werken kon uitvoeren, is dit niet correct. Ook voor een ongeschikt/onbewoonbaar verklaarde woning kan (en moet zelfs) een bouwvergunning worden aangevraagd, zodat de werken die noodzakelijk zijn voor het opheffen van de ongeschiktheid/onbewoonbaarheid kunnen worden uitgevoerd. Dit blijkt overigens uit de stedenbouwkundige vergunning die de gemeente Zonnebeke hem midden 2008 heeft verleend. De omstandigheid dat belastingplichtige de werken wenste uit te voeren op eigen tempo en enkel met de aannemers die hij kent, is opnieuw een eigen beslissing van hem.

Gelet op de voorliggende stukken kan de rechtbank enkel besluiten dat belastingplichtige faalt in de op hem rustende bewijslast om overmacht aan te tonen.