Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Art. 2.10.4.0.1 VCF

Voorwerp betwisting

Toepassing verlaagd tarief verdeelrecht van 1%

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2018/AR/1013

Datum uitspraak

10/09/2019

Status

Definitief

 

Samenvatting

Dhr. X en Mevr. Y waren gehuwd onder het wettelijk stelsel. De echtscheiding werd uitgesproken op grond van art. 229, §3 BW bij vonnis dd. 23/02/2010. Het beschikkend gedeelte van het vonnis werd overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand dd. 12/07/2010. Dhr. X is overleden op 08/10/2012. Zijn nalatenschap komt toe aan zijn enige wettelijke erfgename zijn dochter Z.

Op 29/10/2015 sloten Mevr. Y en dochter Z, beiden in eigen naam, een ‘verdeling-dading’. Deze verdeling had betrekking op diverse onroerende goederen afhangende van de huwgemeenschap.

N.a.v. de registratie van de akte op 03/11/2015 werd het verdelingsrecht a rato van 2,5% geheven daar, aldus de Vlaamse Belastingdienst, de vereffening-verdeling van het ontbonden huwelijksvermogen een strikt persoonlijk karakter heeft. De erfgename treedt op in eigen naam om de dading te aanvaarden en kan niet optreden in de plaats van een overleden echtgenoot inzake een persoonlijk geding van dezelfde echtgenoot. Hieruit volgt dat de verdeling van de onroerende goederen enkel kan worden belast aan het tarief van 2,5%.

De notaris verzocht om het verminderd tarief van 1% in toepassing van art. 2.10.4.0.1 VCF daar de verdeling plaats vindt binnen het kader van de vereffening-verdeling na echtscheiding op grond van een onherstelbare ontwrichting.

Het Hof van Beroep te Gent stelt dat de verdelingsakte uitdrukkelijk vermeldt dat ze gebeurt in uitvoering van het echtscheidingsvonnis en betrekking heeft op de verdeling van de goederen die afhingen van de door de echtscheiding ontbonden huwgemeenschap.

Het art. 2.10.4.0.1 VCF schrijft niet voor dat het verminderd tarief van 1% niet kan toegepast worden ingeval één van de ex-echtgenoten voor het afsluiten van de vereffening-verdeling zou overlijden. Op basis van het voorwerp en de inhoud van de verdelingsakte bestaat er geen twijfel over dat de verdeling enkel betrekking heeft op een verdeling van goederen die afhingen van de door echtscheiding ontbonden huwgemeenschap. Dat de verdeling op een minnelijke wijze gebeurde bij wijze van een door de notaris vastgestelde dading, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de verdeling gebeurde in uitvoering van de echtscheiding op grond van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk. Daaraan doet evenmin afbreuk de vaststelling dat de vereffening-verdeling bij de verdelingsakte werd afgesloten meer dan 2,5 jaar na het echtscheidingsvonnis.

De erfgenamen kunnen in de plaats treden van een overleden ex-echtgenoot voor de verdere afhandeling van de vereffening-verdeling van de ontbonden huwgemeenschap. De vereffening-verdeling heeft dus geen strikt persoonlijk karakter maar een vermogensrechtelijk karakter.

Het Hof komt op basis van de hiervoor vermelde overwegingen tot de conclusie dat de verdelingsakte van 29 oktober 2015 betrekking heeft op de verdeling van de goederen die afhingen van de huwgemeenschap die ontbonden werd in uitvoering van de echtscheiding op grond van de onherstelbare ontwrichting van het huwelijk zodat op grond van art. 2.10.4.0.1 VCF het verminderd tarief van 1% van toepassing is.