Belasting

Registratiebelasting

Artikel

Oud artikel 2.9.4.2.1, §1 VCF en oud artikel 2.9.3.0.2,§1 VCF

Voorwerp betwisting

Op een verzoek tot teruggave kan niet worden teruggekomen

Rechtbank of Hof

Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen

Plaats

Afdeling Gent

Rolnummer

17/706/A

Datum uitspraak

22 januari 2020

Status

Definitief

 

Op een verzoek tot teruggave kan niet worden teruggekomen

Samenvatting

Bij notariële akte van 26 april 2016 wordt de koop-verkoop verleden met betrekking tot een appartement met autostaanplaats in een appartementsgebouw. Gezien het kadastraal inkomen nog niet is bepaald vraagt de belastingplichtige voorbehoud voor de toepassing van het verlaagd tarief (oud artikel 2.9.4.2.1,§1, VCF) en van het verhoogd abattement (oud artikel 2.9.3.0.2,§1, VCF).

Nadat het kadastraal inkomen van het appartement op 654,00 euro werd bepaald en het kadastraal inkomen van de autostaanplaats op 26,00 euro, dient de instrumenterende notaris van de belastingplichtige op 5 augustus 2016 een aanvraag tot teruggave van de betaalde registratierechten in. Rekening houdend met het vastgestelde kadastraal inkomen kan de belastingplichtige genieten van het verlaagd tarief van 5% in plaats van het aangerekende 10%.

Bij administratieve beslissing van 10 november 2016 wordt bevestigd dat de belastingplichtige recht had op de toepassing van het klein beschrijf en hem een teruggave van 7.230,25 euro kan toegekend worden.

In het fiscaal verzoekschrift van 9 februari 2017 meldt de belastingplichtige dat hij niet meer akkoord gaat met de toepassing van het verlaagd tarief omdat hij vreest de voorwaarden van het klein beschrijf niet te kunnen naleven. Hij vraagt het normaal tarief te behouden ten einde een toekomstige belastingverhoging te kunnen vermijden.

Volgens de rechtbank heeft de belastingplichtige zich, nadat hij een aanvraag tot teruggave van registratierechten had ingediend en de administratie ter zake een gunstige beslissing had genomen, bedacht omtrent de toepassing van het verlaagd tarief aangezien hij zinnens was om het appartement te verkopen. 

Door zijn aanvraag in te trekken wou hij vermijden later een belastingverhoging opgelegd te krijgen.

Aangezien de administratie reeds een beslissing had genomen, wendt de belastingplichtige zich tot de rechtbank met het verzoek "om deze teruggave teniet te doen met het terugstorten van het bedrag".

In de situatie waarin de belastingplichtige zich bevond had de belastingplichtige recht op een verlaagd tarief, deed daartoe op regelmatige wijze een aanvraag en werd op regelmatige wijze door de administratie beslist tot teruggave. Er zijn derhalve geen redenen om de administratieve beslissing te vernietigen aldus de rechtbank.

Dat de belastingplichtige zich laattijdig bedenkt en wil afzien van de toepassing van het verlaagd tarief, doet geen afbreuk aan het regelmatig karakter van de administratieve beslissing.

De rechtbank kan niet ingaan op de vraag om de teruggave teniet te doen, gezien de aanvraag tot teruggave berust op legitieme gronden en de beslissing daarover regelmatig is.