Volgens welk tarief wordt de verschuldigde heffing berekend?

De niet fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de erfbelasting en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing van:

  • 1°            35% voor een verkrijging in rechte lijn of tussen partners[1];
  • 2°            70% voor een andere verkrijging dan een verkrijging in rechte lijn of tussen partners.

 

De fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de erfbelasting en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing

  • van 37%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2017,
  • van 38%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2018,
  • van 39%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2019,
  • van 40%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2020.

 

De niet fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de registratiebelasting, en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing van 20%.

 

De fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de registratiebelasting, en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing

  • van 37%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2017,
  • van 38%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2018,
  • van 39%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2019,
  • van 40%, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2020.

 

Voor de berekening van de regularisatieheffing in het geval van niet uitsplitsbare bedragen wordt 50% van het aangegeven bedrag geacht betrekking te hebben op bedragen waarvoor federale belastingen worden geregulariseerd en 50% op bedragen waarvoor Vlaamse gewestelijke belastingen worden geregulariseerd. Op deze respectievelijk toegewezen gedeelten worden de bepalingen en de tarieven toegepast als vermeld in de wet van 21 juli 2016 enerzijds en het Vlaamse decreet van 10 februari 2017 anderzijds.

 

[1] In het eerste lid wordt verstaan onder partner: de persoon of de personen, vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 4°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. Zie: partner