Belasting ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten

Een leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte is onderhevig aan de belasting vanaf het kalenderjaar dat volgt op de derde opeenvolgende registratie in de inventaris.

Het aanslagbiljet wordt verzonden aan één belastingschuldige. Deze is gehouden de gehele belasting te betalen, ook al is hij slechts gedeeltelijk eigenaar.

Eventuele andere medeëigenaars/belastingplichtigen krijgen een duplicaat van het aanslagbiljet samen met een begeleidende brief. Op basis van een uitgevoerde betaling kan u van alle medeëigenaars/belastingplichtigen betaling eisen, elk voor hun aandeel in de eigendom van de bedrijfsruimte. De Vlaamse Belastingdienst komt niet tussen in deze procedure.

Op het aanslagbiljet vindt u onder meer volgende elementen terug:

  • De verzendingsdatum
  • De datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier
  • Het kohierartikel
  • Het aanslagjaar
  • De grondslag van de belasting
  • Het te betalen bedrag
  • De uiterste betaaldatum
  • De termijn waarbinnen bezwaar kan ingediend worden, bij welke instantie dit moet gebeuren en de formaliteiten die daarbij moeten worden nageleefd

Tijdens de opschortingsperiode wordt ook een aanslagbiljet verstuurd naar de belastingschuldige. De betaling van de opgeschorte belasting is voorlopig enkel geschorst. De opgeschorte belasting is alleen maar niet verschuldigd als schrapping wordt bekomen voor het einde van de opschortingstermijn.

Indien u als eigenaar de belaste bedrijfsruimte tijdens de verleende opschortingstermijn en voordat de bedrijfsruimte geschrapt werd uit de inventaris overdraagt, dan vervalt de opschorting van ambtswege en moet de opgeschorte belasting vermeerderd met de interesten alsnog betaald worden.