Genieten buitenlandse schuldvorderingen een voorrecht?

De aangezochte lidstaat behandelt de in het verzoek opgenomen schuldvordering alsof het een schuldvordering van hemzelf betreft, met dien verstande dat de aangezochte lidstaat niet gehouden is de schuldvordering als bevoorrecht  te beschouwen (RL art 11,1 3°). De aangezochte lidstaat handelt bij de invordering van de schuld conform zijn eigen wetgeving. Merk op dat het decreet in art 20 § 1 de term “niet gehouden” countert. Er wordt aan de buitenlandse schuldvordering geen enkel voorrecht toegekend.