Hoe wordt de wederzijdse bijstand georganiseerd?
  1. Tools

Om de verzoeken om bijstand georganiseerd en geautomatiseerd te laten verlopen ontwikkelde de EU een aantal  nuttige tools.

  • De EU ontwikkelde met CCN (Common Communications Network) een netwerkwaarlangs het elektronisch berichtenverkeer kan gebeuren en waaraan meerdere mailboxen zijn verbonden. Mailboxen die werden georganiseerd naar type belasting (cfr art 3 uitvoeringsbesluit dd 18/11/2011).
  • De E-forms applicatie. Deze gebruiksvriendelijke applicatie staat de gebruiker toe, aan de hand van modelformulieren, te verzenden verzoeken om bijstand aan te maken en ontvangen verzoeken om bijstand te lezen in de eigen landstaal. Het pakket genereert bestanden in XML formaat die enkel leesbaar zijn in E-forms.

2. Centraal Verbindingsbureau (CVB)

Op verzoek van de EU dienden alle lidstaten een centraal verbindingsbureau (CVB) aan te duiden. Het CVB, dat in de schoot van de FOD Financiën werd opgericht, is verantwoordelijk voor de contacten met de andere lidstaten en het beheer van de haar toevertrouwde mailboxen. Het CVB zal ook jaarlijks aan de Commissie moeten rapporteren omtrent de geboekte resultaten (geïnde sommen) mbt de haar toegezonden verzoeken.

3. Rol VLABEL

VLABEL zal instaan voor de opmaak (uit) en behandeling (in) van die dossiers waartoe hij bevoegd is.

Daarnaast voorziet huidige Richtlijn  dat ook lokale overheden verzoeken tot bijstand kunnen opmaken of ontvangen. Daar deze lokale overheden onder de coördinatie vallen van de Gewesten, werd voor Vlaanderen VLABEL aangeduid als schakel tussen lokale overheden en het CVB.  

VLABEL zal instaan voor rapportering aan het CVB van de geboekte resultaten mbt dossiers toevertrouwd aan VLABEL en/of de lokale besturen.

4. Rol Lokale Besturen

De lokale besturen staan in voor de behandeling van de verzoeken om bijstand die hen, ingevolge hun bevoegdheid, door VLABEL worden toevertrouwd.

Jaarlijks, naar eind februari toe,  zullen zij hun geboekte resultaten aan VLABEL rapporteren (geïnde sommen). VLABEL zal hen daartoe uitnodigen.

 

A. In art 5,2 ° van Richtlijn 2010/24/EU voorziet de Unie een aantal situaties waarbij de aangezochte autoriteit kan weigeren de gevraagde informatie te verstrekken.

- Wanneer de aangezochte autoriteit verzocht wordt inlichtingen te verstrekken die zij voor eigensoortgelijke vorderingen niet zou kunnen bekomen.

- Wanneer het inlichtingen betreft die een handels-, bedrijfs-, nijverheids-, of beroepsgeheim zou gaan onthullen.

- Wanneer het verstrekken van de gevraagde inlichtingen de veiligheid in de aangezochte lidstaat in het gedrang zou brengen, of wanneer deze in strijd zouden zijn met de openbare orde van de lidstaat.

De Vlaamse Overheid herneemt deze gevallen in art 15 § 2 van haar decreet.

Wanneer een aangezochte autoriteit meent dat aan het verzoek, om bovenstaande redenen, niet kan worden tegemoet gekomen dan dient zij dit te motiveren ( RL art 5,4°).

B. Daarnaast voorziet de Richtlijn in art 18,2 (decreet : art 23 § 2) dat een lidstaat niet gehouden is bijstand te verlenen wanneer het een verzoek betreft voor vorderingen ouder dan 5.

Evenwel voorziet de Richtlijn in een uitbreiding van de termijn voor die gevallen waarin de aanslagen opgenomen in het verzoek het voorwerp uitmaakten van een betwisting of wanneer bijkomende betalingstermijnen werden toegekend.

De periode van 5 jaar vangt in voorkomend geval aan op de dag dat de schuldvordering niet langer kan worden betwist (wanneer termijnen voor beroep zijn verstreken) of wanneer de bijkomende betalingstermijnen zijn verlopen. Nooit echter is een land gehouden bijstand te verlenen voor vorderingen ouder dan 10.