Is de aangezochte autoriteit steeds verplicht over te gaan tot notificatie?

A. De Richtlijn voorziet in art 18,2 (decreet : art 23 § 2) dat een lidstaat niet gehouden is bijstand te verlenen wanneer het een verzoek betreft voor vorderingen ouder dan 5.

Evenwel voorziet de Richtlijn in een uitbreiding van de termijn voor die gevallen waarin de aanslagen opgenomen in het verzoek het voorwerp uitmaakten van een betwisting of wanneer bijkomende betalingstermijnen werden toegekend.

De periode van 5 jaar vangt in voorkomend geval aan op de dag dat de schuldvordering niet langer kan worden betwist (wanneer termijnen voor beroep zijn verstreken) of wanneer de bijkomende betalingstermijnen zijn verlopen. Nooit echter is een land gehouden bijstand te verlenen voor vorderingen ouder dan 10.

Hier dient opgemerkt dat het vooralsnog onduidelijk is welke landen toch voorzien in een verlengde bijstand zonder dat aan voorgaande twee voorwaarden is voldaan Alvast Nederland, Luxemburg, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zouden de enge interpretatie voorstaan.

Een verzoek tot notificatie mbt aanslagen ouder den 5 jaar zal steeds moeten worden gemotiveerd.

De aangezochte autoriteit zal haar redenen voor afwijzing kenbaar maken (RL art 18,4)

B. Grensbedrag

Om een overmatige toestroom aan vragen om bijstand te voorkomen voorziet art 18,3 van de richtlijn in een benedengrens. Deze grens werd vastgesteld op 1500 €. Vandaag bestaan er verschillende interpretaties van de tekst van de richtlijn. Er wordt aangenomen dat de 1500 € grens niet van toepassing is op verzoeken tot notificatie.

Evenwel stelt het Decreet in art 23 §3 dat de Vlaamse autoriteit geen bijstand verleent voor schuldvorderingen lager dan 1500 €.

De grens van 1500 € dient te worden bekeken per belastingplichtige. Alle sommen (ja, zelfs bestuursoverschrijdend) die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen waartoe hij, krachtens de Belgische wetgeving, gehouden is tot betaling komen in aanmerking.