Kan ik een afbetalingsregeling krijgen?

Principes

Als uw financiële situatie het tijdelijk of permanent niet toelaat de verschuldigde belasting in één keer te betalen, kan u onder bepaalde voorwaarden een afbetalingsregeling bekomen. Een afbetaling aanvragen kan op verschillende manieren:

  • per post: Vlaamse Belastingdienst, Vaartstraat 16, 9300 Aalst
  • (opmerking : Betaalfaciliteiten voor de belastingen op leegstand en verkrotting dienen te worden aangevraagd op het adres Koning Albert II laan 35b62 in 1030 Brussel)
  • per fax: 053 72 23 75
  • via het contactformulier

In uw aanvraag vermeldt u het kohierartikelnummer van het aanslagbiljet waarvoor u een afbetalingsplan vraagt of u voegt een kopie van het aanslagbiljet toe. Bij uw aanvraag moet u ook een attest voegen dat uw financiële moeilijkheden aantoont. Hieronder vindt u een overzicht van de attesten die in aanmerking komen.

Vereist attest als u in budgetbeheer of onder budgetbegeleiding bent bij het OCMW

Een attest van het OCMW waaruit blijkt dat de belastingplichtige in budgetbeheer of budgetbegeleiding is bij het OCMW.

Als u al eerder een afbetaling kreeg bij de Vlaamse Belastingdienst...

...dan volstaat het om te verwijzen naar de eerder toegestane afbetalingsregeling. Opgelet: als u reeds 3 jaar na mekaar een afbetalingsplan kreeg van de Vlaamse Belastingdienst, zal u in het vierde jaar opnieuw eerst bewijzen van financiële moeilijkheden moeten opsturen.

Andere geldige attesten voor een privé-persoon
  • Een toegekend afbetalingsplan bij een andere overheidsdienst of officiële instantie zoals de FOD Financiën of een nutsmaatschappij (water-, gas- of elektriciteitsmaatschappij) in de voorbije 2 jaar;
  • Een kopie van het laatste aanslagbiljet inzake personenbelasting waaruit blijkt dat het netto gezamenlijk belastbaar inkomen lager is dan 20.000 EUR;
  • Een attest van inkomensgarantie voor ouderen;
  • Een attest dat aangeeft dat men over het WIGW-statuut (Weduwen, Invaliden, Gehandicapten en Wezen) of OMNIO-statuut beschikt.
Geldige attesten voor bedrijven

Bewijsstukken van RSZ- of BTW-achterstallen, ingebrekestellingen, dagvaardingen, enz.

Specifieke voorwaarden voor het krijgen van een afbetalingsplan in de erfbelasting

U kan voor de erfbelasting een afbetalingsplan krijgen indien :

  • u voor deze erfbelasting reeds een afbetalingsplan had bekomen bij de FOD Financiën. Voeg in dit geval een bewijs van dit toegestane afbetalingsplan bij uw aanvraag toe;
  • uit de aangifte van nalatenschap blijkt dat er onvoldoende beschikbare gelden geërfd werden om de erfbelasting te betalen;
  • de erfopvolger enkel blote eigendom geërfd heeft.
Specifieke voorwaarden voor het krijgen van een afbetalingsplan in de registratiebelasting

Er wordt uitsluitend een afbetalingsplan toegestaan voor aanvullende rechten in de registratiebelasting.

Gelet op de hoogte van de verschuldigde belasting, het éénmalig karakter ervan én het tijdsverloop waardoor deze belasting vaak niet meer verwacht wordt, wordt een afbetalingsplan toegestaan:

  • Op 24 maanden zonder enig bewijs van financiële moeilijkheden te moeten voorleggen.
  • Op een langere termijn (tot maximum 60 maanden) indien financiële moeilijkheden worden aangetoond op basis van:
    • een attest of brief van het OCMW dat de belastingplichtige in budgetbeheer of budgetbegeleiding is;
    • een goedgekeurd afbetalingsplan bij de personenbelasting van een recent aanslagjaar (het afschrift van FOD Financiën mag maximaal twee jaar oud zijn);
    • een attest van een afbetalingsplan bij een andere officiële instantie (Electrabel, Water-link, penale boeten);
    • een kopie van het aanslagbiljet van de personenbelasting waaruit blijkt dat het netto belastbaar inkomen van de belastingplichtige lager ligt dan 40 000 EUR;
    • een attest waaruit blijkt dat de belastingplichtige geniet van het OMNIO-statuut, een verhoogde tegemoetkoming (RVV-statuut) of een inkomensgarantie voor ouderen;
    • een door FOD FIN reeds toegestaan afbetalingsplan voor deze verschuldigde registratiebelasting.
Opgelet: een afbetalingsregeling betekent geen kwijtschelding van de nalatigheidinterest

Vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de uiterste betaaldatum is de wettelijke nalatigheidinterest verschuldigd. De nalatigheidinterest is verschuldigd per begonnen maand maar enkel als hij 5 euro of meer bedraagt. De nalatigheidinterest wordt berekend tegen een rentevoet van 7% per jaar.

Omgerekend betekent dit alles dat de nalatigheidinterest per maand 0,5833% bedraagt en verschuldigd is zolang de openstaande hoofdsom 860 euro of meer bedraagt.

Deze wettelijke regeling geldt ook als een afbetalingsregeling wordt toegestaan, met andere woorden u zal interest moeten betalen tot u onder het grensbedrag van 860 euro aan hoofdsom komt. Het staat u vanzelfsprekend vrij om alvast over te gaan tot een gedeeltelijke betaling van de aanslag, zodat eventuele nalatigheidinterest kan vermeden of verminderd worden.