Belasting

Onroerende voorheffing

Artikel

Artikel 26 wet van 22 december 1986

Voorwerp betwisting

Vrijstelling intercommunales

Rechtbank of Hof

Hof van Cassatie

Plaats

 

Rolnummer

F.17.0008.N

Datum uitspraak

23 november 2018

Status

Definitief

 

Samenvatting

In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, verduidelijkt het niet hoe en waardoor deze bepaling zou zijn geschonden. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

De appelrechters stellen vast dat het Grondwettelijk Hof artikel 26 van de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales ongrondwettig bevond in zoverre de intercommunales vrijgesteld worden van belastingen waaraan de gemeenten wel zijn onderworpen en sluiten zich bij dit oordeel aan.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters oordelen dat deze wetsbepaling hetzij is afgeschaft, hetzij is ingeperkt, hetzij van voorwaarden afhankelijk kan worden gesteld, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het bij gevolg feitelijke grondslag.

De appelrechters die oordelen dat de voormelde wetsbepaling niet mag worden toegepast, zodat de eisers geen vrijstelling geniet voor wat de onroerende voorheffing betreft, vullen hiermee geen leemte in de wet op, noch voeren zij hierdoor een belasting in.

Het middel dat ervan uitgaat dat de appelrechters aldus een leemte in de wet opvullen en hierdoor een -belasting · invoeren, mist in zoverre eveneens feitelijke grondslag.