Redenen voor opschorting?

Mogelijke redenen van opschorting zijn:

het perceel zal onteigend worden en de onteigenende instantie deelt dit ook mee aan de Vlaamse Belastingdienst; als de onteigening of overdracht in der minne ten algemenen nutte een feit is, kan de vrijstelling aangevraagd worden; als de onteigeningsbeslissing herroepen wordt, vervalt ook de opschorting;
het Rruimtelijk Uitvoeringsplan zelf dat aanleiding geeft tot het heffen van planbaten wordt door de Raad van State geschorst; als de Raad van State vervolgens het RUP of een deel ervan vernietigt dan vervalt de planbatenheffing. Als de Raad van State de schorsing beëindigt, vervalt ook de opschorting
het perceel kan niet bebouwd worden omwille van redenen die eigen zijn aan het perceel zelf; bvb. omwille van de fysieke toestand ervan (waterziek), of ingevolge de vorm, de ligging of de beperkte omvang; als de reden van het onbebouwbaar zijn ophoudt te bestaan, vervalt ook de opschorting;

Toelichting: Het gaat hier om redenen van feitelijke onbebouwbaarheid. Die redenen kunnen betrekking hebben op de fysieke toestand van de gronden (bvb. waterziek, te zanderig, te laag gelegen, extreme hellingsgraad…). De vorm, de ligging of de beperkte omvang van een perceel kunnen ook een reden zijn die het perceel onbebouwbaar maakt.

het perceel kan niet bebouwd worden ten gevolge van een erfdienstbaarheid van openbaar nut; als de erfdienstbaarheid van openbaar nut wordt beëindigd, vervalt ook de opschorting.

Meer info over een erfdienstbaarheid vindt u hier.

het perceel maakt deel uit van een definitief gesloten brownfieldconvenant en aan elk van volgende voorwaarden is voldaan:

1° de belastingplichtige is actor bij het brownfieldconvenant;

2° op de datum van inwerkingtreding van het RUP is het brownfieldconvenant nog niet gerealiseerd;

3° het verzoek tot opschorting gebeurt binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzendingsdatum vermeld op het aanslagbiljet of binnen een termijn van drie maanden na de definitieve afsluiting van het brownfieldconvenant.

De opschorting vervalt van zodra de voorwaarden van het brownfieldconvenant niet of niet tijdig worden nageleefd. De opgeschorte heffing is in die gevallen alsnog verschuldigd.

De opgeschorte heffing is niet verschuldigd als wordt vastgesteld dat het brownfieldproject tijdig werd gerealiseerd conform de in het brownfieldconvenant opgenomen voorwaarden. In dit geval worden de reeds betaalde bedragen terugbetaald, zonder dat moratoriuminteresten verschuldigd zijn.

Opgelet

De opschorting naar aanleiding van een brownfieldconvenant kan enkel verleend worden na tijdige aanvraag.

Enkel als opschorting van betaling werd gegeven, kan de heffing uiteindelijk ook niet verschuldigd zijn, een afzonderlijke aanvraag tot vrijstelling is dus niet mogelijk