Regelgeving in verband met de onroerende voorheffing

De wettelijke basis van de onroerende voorheffing vindt u in de Vlaamse Codex Fiscaliteit, en meer bepaald in Titel 2, hoofdstuk 1. U kan deze artikelen raadplegen via de Vlaamse Fiscale Navigator.

De Vlaamse decreetgever heeft reeds herhaaldelijk van zijn bevoegdheid gebruik gemaakt om wat het Vlaams gewest betreft bepaalde van hoger genoemde artikelen te wijzigen. De regelgeving onroerende voorheffing verschilt daardoor naargelang het onroerend goed gelegen is in het Vlaams, Brussels of Waals gewest.

De Vlaamse overheid is ook bevoegd om zelf interpretatie te geven aan de toepasselijke wetsbepalingen. Dit gebeurt bij omzendbrief.

Naast deze specifieke bepalingen gelden inzake onroerende voorheffing een aantal algemene bepalingen. Die zijn gemeenschappelijk voor de 3 gewesten.

In de eerste plaats zijn er bepalingen met betrekking tot de vestiging en de invordering van de belasting, bv. de aanslag- en bezwaartermijnen, de regeling van intresten,... Meer informatie over deze bepalingen vindt u in Titel 3 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. U kan deze raadplegen via de Vlaamse Fiscale Navigator.

Daarnaast is ook de bepaling van het kadastraal inkomen aan bepaalde regels onderworpen. Meer informatie hierover vindt u in de artikelen 472 tot en met 504 van het federale wetboek inkomstenbelastingen (WIB '92). U kan deze raadplegen via Fisconet.