Overdracht van zakelijke rechten tussen wettelijk samenwonenden – artikel 1478 Burgerlijk Wetboek – “toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen”

Standpunt nr. 16100 dd. 14.11.2016

Art. 2.9.4.1.2. VCF


 

Elke overdracht ten bezwarende titel of ten kosteloze titel tussen wettelijk samenwonenden is aan het desbetreffende evenredig recht onderworpen wanneer de overdracht betrekking heeft op onroerende goederen of op onroerende zakelijke rechten. Er is immers geen gemeenschappelijk vermogen zoals in het wettelijk stelsel. Dit geldt ook voor roerende goederen wanneer de ter registratie aangeboden rechtshandeling ten kosteloze titel is.

De bedoeling om al dan niet een eigendomsoverdracht teweeg te brengen evenals het bezwarende of kosteloze karakter van de rechtshandeling moet uitdrukkelijk blijken uit de bepalingen van de ter registratie aangeboden akte. Zo nodig, zal een door artikel 3.13.1.2.1 VCF voorgeschreven verklaring worden voorgelegd.

Een zogenaamd “toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen” (TIGV) tussen wettelijk samenwonenden wordt, zowel t.a.v. derden als t.a.v. de wettelijk samenwonenden, beschouwd als een gewone onverdeeldheid (artikel 1478, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek). Dus, de “inbreng” door één van de partners van een eigen onroerend goed in een toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen brengt bijgevolg de heffing van een overdrachtsrecht op de helft van dit goed teweeg.

Alle overeenkomsten, gedaan in toepassing van artikel 1478, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek, die geen eigendomsoverdracht tot gevolg hebben, zijn daarentegen onderworpen aan het algemeen vast recht.

 

Vlabel sluit zich dus aan bij het federaal standpunt vervat in RJ R 14/12-01.12.

 

--------

  • publicatie op 03.01.2017