Verdeelrecht – Derde-verkrijger – Verkrijging ingevolge een schenking zonder vrijstelling van inbreng

Standpunt nr. 18042 dd. 28.05.2018

Art. 2.9.1.0.7. VCF


 

Ingevolge artikel 2.9.1.0.7. VCF is de theorie van de derde-verkrijger van toepassing wanneer een persoon door een verkrijging bij overeenkomst van een onverdeeld deel tot een onverdeeldheid is toegetreden of bij een overeenkomst een onverdeeld part kreeg van een persoon die de geheelheid van een goed bezat. Elke latere verkrijging door deze persoon van een andere onverdeelde quotiteit n.a.v. een verdeling of afstand onder bezwarende titel van onverdeelde delen, is aan het verkooprecht (en niet aan het verdeelrecht) onderworpen.

 

De hoedanigheid van vermoedelijke erfgenaam maakt geen titel van deelname aan een onverdeeldheid uit en vormt geen beletsel voor de eventuele toepassing van art. 2.9.1.0.7. VCF wanneer deze vermoedelijke erfgenaam eveneens begunstigde is van een schenking zonder vrijstelling van inbreng.

 

Moet een persoon die een goed door schenking als voorschot op het erfdeel verkregen heeft, beschouwd worden als derde-verkrijger in de zin van art. 2.9.1.0.7. VCF?

Standpunt VLABEL

Scenario 1: wanneer de schenker overleden is, de begiftigde de nalatenschap aanvaard heeft en het goed in natura in de nalatenschap werd ingebracht?

Neen

Scenario 2: wanneer de schenker overleden is, de begiftigde de nalatenschap aanvaard heeft en het goed in waarde in de nalatenschap is ingebracht?

Ja

Scenario 3: wanneer de schenker overleden is, de begiftigde de nalatenschap aanvaard heeft, maar het goed niet werd ingebracht in de nalatenschap (noch in natura, noch in waarde)?

Ja

Scenario 4: wanneer de schenker nog niet overleden is?

Ja

 

In scenario 1 is bijgevolg het verdeelrecht van toepassing. In de scenario’s 2 t.e.m. 4 het verkooprecht.

 

-----------

 - publicatie op 12.06.2018