Nieuw huwelijksvermogensrecht – Toepassing artikel 2.7.1.0.6 VCF

Standpunt nr. 18073 dd. 15.10.2018

Art. 2.7.1.0.6. VCF


 

Als de langstlevende echtgenoot (gehuwd met de erflater onder een stelsel van gemeenschap) het voordeel van een levensverzekering verkrijgt dat door de bepalingen van het huwelijksvermogensrecht wordt gekwalificeerd als een eigen goed, terwijl de polis werd gefinancierd met gemeenschappelijke gelden, en hiervoor effectief een vergoeding moet betalen aan het gemeenschappelijk vermogen, die moet worden aangegeven in het actief van het gemeenschappelijk vermogen omdat het gaat om een nalatenschap waarop artikel 2.7.3.2.7 VCF niet van toepassing is, is er mogelijks sprake van een dubbele belasting op hetzelfde bedrag. Immers, enerzijds zal de uitkering voor de helft belastbaar zijn bij toepassing van de artikelen 2.7.1.0.6 en 2.7.3.2.8, §1 VCF, en anderzijds zal de helft van de vergoeding belastbaar zijn.

In dit geval zal echter voor de toepassing van de artikelen 2.7.1.0.6 en 2.7.3.2.8, §1 VCF worden gehandeld alsof het voordeel van de levensverzekering, achteraf bekeken, gefinancierd  is geweest  met eigen gelden van de langstlevende, zodat er op de uitkering geen erfbelasting verschuldigd is.

 

-------------

  • publicatie op 13.11.2018