Actief van de nalatenschap - Gemeenschappelijke rekeningen werden niet verdeeld na het overlijden van de eerste echtgenoot

Standpunt nr. 21039 dd. 07.06.2021

Art. 2.7.3.2.1. VCF


 

Na het overlijden van de eerste echtgenoot gaat men niet steeds over tot de verdeling van de gemeenschappelijke rekeningen. De rekeningen blijven bestaan op naam van de langstlevende echtgenoot en worden niet verdeeld over de andere erfgenamen.

Bij het overlijden van de tweede echtgenoot wordt het geheel van die rekeningen dan opnieuw belast.

Men kan echter aantonen dat de tegoeden op deze rekeningen niet werden verdeeld. Het bewijs moet worden bezorgd samen met de aangifte.

Indien de erfgenamen aantonen dat de financiële tegoeden effectief nog niet werden verdeeld, én dat de tegoeden die bij het eerste overlijden zijn aangegeven nog individualiseerbaar zijn bij het tweede overlijden dan wordt de helft van de rekeningen die bestonden op datum van het eerste overlijden niet opnieuw belast. De erfgenamen beschikken in dat geval over een zakelijke vordering tot revindicatie.

De heffingsgrondslag is dan het tegoed van de rekening bij tweede overlijden min de helft van het tegoed van de rekening bij het eerste overlijden. Aangezien de reeds belaste tegoeden geen deel uitmaken van het actief van de nalatenschap van de langstlevende, dient deze zakelijke vordering opgenomen te worden in min onder rubriek ‘actief van de nalatenschap’.

Indien de erfgenamen aantonen dat de financiële tegoeden nog niet werden verdeeld, maar deze tegoeden zijn niet meer individualiseerbaar zijn bij het tweede overlijden, dan beschikken de erfgenamen :

Voor overlijdens vóór 1 september 2021:

  • over een persoonlijke vordering op de nalatenschap; deze vordering wordt opgenomen onder passief van de nalatenschap (art. 2.7.3.4.1 VCF). De erfgenamen moeten bewijzen dat de schuld nog niet betaald werd op datum van het tweede overlijden.

Voor overlijdens vanaf 1 september 2021

  • over een zakenrechtelijke vordering tot restitutie van een gelijke hoeveelheid van financiële tegoeden, indien er nog voldoende aanwezig zijn (de tegoeden zijn nog traceerbaar); deze vordering wordt opgenomen in min onder rubriek ‘actief van de nalatenschap’(art. 3.12 BW)
  • over een persoonlijke vordering op de nalatenschap indien er niet voldoende financiële tegoeden aanwezig zijn (tegoeden zijn niet meer traceerbaar); deze roerende vordering wordt opgenomen onder het passief van de nalatenschap (art. 2.7.3.4.1 VCF). Dit passief wordt bij voorrang toegerekend op de waarde van de roerende goederen van de nalatenschap. De erfgenamen moeten bewijzen dat de schuld nog niet betaald werd op datum van het tweede overlijden. 

Dat de tegoeden niet verdeeld zijn, kan onder meer aan de hand van de volgende elementen worden aangetoond:

  • aan de hand van de aangifte van de eerstervende echtgenoot wordt aangetoond wat het saldo van de rekeningen op dat ogenblik was en dat de rekeningen effectief voor een deel zijn toegekomen aan de andere erfgenamen;
  • er wordt een zo volledig mogelijke reeks rekeninguittreksels voorgelegd waaruit blijkt dat er tussen beide overlijdens geen verrichtingen zijn gebeurd die de verdeling van de financiële tegoeden waarschijnlijk maken.

Voor de beoordeling van dit bewijs speelt het geen rol hoeveel tijd er is verlopen tussen de twee overlijdens.

Dit standpunt is eveneens van toepassing op banktegoeden die in onverdeeldheid aangehouden werden tussen meerdere personen en niet verdeeld werden bij het eerste overlijden.

 

---------------

  • standpunt aangepast op 27.09.2021, publicatie op 18.10.2021
  • oorspronkelijk standpunt van 07.06.2021, publicatie op 22.06.2021