Standpunt over de gesplitste inschrijving van effecten of geldbeleggingen

  • 25 april 2016

Een zogenaamde gesplitste inschrijving van effecten of van geldbeleggingen is een verrichting waarbij deze effecten of beleggingen worden ingeschreven op een rekening, voor het vruchtgebruik op naam van een persoon en voor de blote eigendom op naam van een andere persoon.

Als de persoon op wiens naam het vruchtgebruik was ingeschreven, komt te overlijden en de persoon op wiens naam de blote eigendom was ingeschreven een erfopvolger (of tussenpersoon) van de overleden vruchtgebruiker blijkt te zijn, is er door de erfopvolger erfbelasting verschuldigd op de waarde van de volle eigendom van de effecten of van de geldbelegging, omdat er in de fiscale regelgeving een vermoeden geldt dat de gesplitste inschrijving een bevoordeling was door de erflater aan zijn erfopvolger. Het belastbaar bedrag wordt wel verminderd in verhouding tot de periode waarin de overledene effectief het vruchtgebruik heeft genoten.

Hetzelfde vermoeden geldt trouwens voor zogenaamde gesplitste aankopen, waarbij de erflater en zijn erfopvolger (of een tussenpersoon) samen een goed hebben aangekocht, de erflater voor het vruchtgebruik en de erfopvolger voor de blote eigendom.

Bij het invoeren in 1919 van dit fiscaal wettelijk vermoeden voor dergelijke gesplitste aankopen of inschrijvingen had de wetgever immers de bedoeling te beletten dat de overledene reeds tijdens zijn leven zijn goederen zou overdragen aan zijn erfgenamen zonder dat er enige belasting verschuldigd zou zijn.

Het is echter mogelijk het tegenbewijs te leveren tegen dit vermoeden door aan te tonen dat er geen bedekte bevoordeling achter de verrichting zit.

Voor gesplitste aankopen had Vlabel reeds op 19/06/2015 een standpunt gepubliceerd over de wijze waarop dit tegenbewijs kan worden geleverd. Op 04/04/2016 werd dit standpunt aangevuld met de vermelding dat dezelfde redenering geldt voor gesplitste inschrijvingen. Gesplitste aankopen en gesplitste inschrijvingen vallen immers onder de toepassing van hetzelfde artikel uit de Vlaamse Codex Fiscaliteit (art. 2.7.1.0.7 VCF), zodat het niet logisch zou zijn twee verschillende redeneringen te volgen. Zowel bij de gesplitste aankoop van goederen als bij de gesplitste inschrijving op effecten is er sprake van een verarming van het vermogen van de overledene en een kosteloze verkrijging door een erfopvolger.

Als er met het oog op de gesplitste verrichting een schenking is gebeurd, aanvaardt Vlabel dit als tegenbewijs, op voorwaarde dat de schenking in België ter registratie is aangeboden en er bijgevolg schenkbelasting of schenkingsrechten zijn betaald. In dat geval is er dus bij het overlijden van de vruchtgebruiker geen erfbelasting meer verschuldigd op hetgeen de erfopvolger via de gesplitste verrichting heeft verkregen.

Vlabel heeft met het standpunt van 04/04/2016 niet de bedoeling gehad verrichtingen uit het verleden aan te pakken. Het aangevulde standpunt zal, wat de gesplitste inschrijvingen betreft, slechts van toepassing zijn voor gesplitste inschrijvingen die zullen gebeuren vanaf 01/06/2016. Zo krijgt iedereen, die van plan is een dergelijke verrichting te doen, de kans tijdig zijn voorzorgen te nemen.