Vereffening na echtscheiding op grond van bepaalde feiten

Standpunt nr. 15136 dd. 12.10.2015

 Art. 2.10.1.0.1 VCF


 

Art. 2.10.1.0.1 VCF:

“Het verdeelrecht bedraagt 2,5 %.

Het recht wordt op 1 t.h. gebracht als de verdeling of de afstand, vermeld in artikel 2.10.1.0.1, 1° of 2°, plaatsvindt in een van de volgende omstandigheden :

1° bij de akte, vermeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge de wijziging, vermeld in artikel 1293 van het Gerechtelijk Wetboek;

2° bij de vereffening-verdeling na echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, vermeld in het vierde deel, boek IV, hoofdstuk VI, van het Gerechtelijk Wetboek;

3° binnen een termijn van een jaar, die volgt op de beëindiging van de wettelijke samenwoning conform artikel 1476, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, op voorwaarde dat de personen op de dag van de beëindiging van de wettelijke samenwoning ten minste een jaar ononderbroken met elkaar wettelijk samenwoonden.

Het verlaagde tarief, vermeld in het tweede lid, is ook van toepassing als de verdeling of de afstand wordt gedaan volgens de wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte als de verdeling of de afstand plaatsvindt onder omstandigheden en voorwaarden die vergelijkbaar zijn met de omstandigheden en voorwaarden, vermeld in het tweede lid.”

 

De echtscheiding op grond van bepaalde feiten is a.h.w. de voorganger van de huidige echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting.

Vandaar dat het tarief van 1% van artikel 2.10.1.0.1, tweede lid VCF eveneens kan worden toegepast op de vereffening-verdeling die gebeurt in de nasleep van een echtscheiding op grond van bepaalde feiten.

 

---------

publicatie op 27.10.2015

 

Standpunten verdeelrecht