Ruil met opleg  – Verkoop of ruil – Toepassing art. 3.6.0.0.6, §2 VCF

Standpunt nr. 16059 dd. 13.06.2016

Art. 3.6.0.0.6, §2 VCF


 

Als bij een ruil  het waardeverschil tussen de te ruilen onroerende goederen zeer groot is waardoor bijvoorbeeld de opleg de waarde overtreft van het in ruil gegeven goed, moet er gekeken worden naar de bedoeling van de partijen. Eén en dezelfde overeenkomst kan geen twee kwalificaties krijgen. Het is dus ofwel een koop, ofwel een ruil.

 

Is het de bedoeling dat beiden partijen een onroerend goed verwerven, ook al verschillen die goederen sterk in waarde en wordt er dus een grote opleg betaald, dan moet de verrichting in haar geheel worden beschouwd als een ruil.

Is het echter de bedoeling dat één partij een onroerend goed verkrijgt en dat de andere partij een tegenprestatie verkrijgt, die deels in geld en deels door middel van de overdracht van een ander onroerend goed wordt betaald, dan hebben we te maken met een koop met inbetalinggeving van het onroerend goed voor een deel van de prijs.

In het eerste geval is een latere toepassing van art. 3.6.0.0.6, §2 VCF (teruggave wegens wederverkoop binnen de 2 jaar) niet mogelijk, in het tweede geval wel.

 

-----------

  • publicatie op 06.07.2016