Beroepspersonen - Bevrijdende wederverkoop

Standpunt nr. 15101 dd. 06.07.2015

Art. 2.9.1.0.4. en 2.9.4.2.5, §1 VCF


 

Voor de toepassing van de uitzondering voorzien in artikel 2.9.1.0.4 tweede lid, 2° voldoet een verkrijging belast aan het verlaagd tarief voor beroepspersonen (art. 2.9.4.2.4) aan de voorwaarde van verkrijging door de vennootschap met betaling van het verkooprecht. (RJ R 129/26.01 wordt gevolgd).

Voor het antwoord op de vraag of de uitbreng van het tegen het tarief van 4% aangekochte goed uit de vennootschap-beroepspersoon, waarbij het goed wordt toebedeeld aan een of meer vennoten, als een bevrijdende wederverkoop in de zin van art. 2.9.4.2.5, §1, 1ste lid kan worden beschouwd, moet het nodige onderscheid worden gemaakt.

Indien deze uitbreng valt onder de toepassing van het verkooprecht, wordt deze verrichting beschouwd als een bevrijdende wederverkoop.

In alle andere gevallen wordt de uitbreng niet beschouwd als een bevrijdende wederverkoop.

Dit laatste is bijvoorbeeld het geval als het goed, dat werd aangekocht door een beroepspersoon die een eenmans-BVBA is, wordt verkregen door de enige vennoot die kwalificeert voor de uitzondering van art. 2.9.1.0.4, 2de lid. Deze verkrijging kan niet beschouwd worden als een overdracht onder bezwarende titel.

 

----------

publicatie op 11.08.2015

 

Standpunten verkooprecht