Toepassing meeneembaarheid - Aanvullende rechten

Standpunt nr. 16023 dd. 17.10.2016

Art. 2.9.5.0.1. VCF


 

Art. 2.9.5.0.1, 2de lid, VCF stelt:

De registratiebelasting, betaald voor de verkrijging van een onroerend goed dat niet in het Vlaamse Gewest ligt, alsook de aanvullende rechten die om om het even welke reden op een aankoop zijn geheven, zijn van de vermindering, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, uitgesloten.

Deze bepaling heeft enkel betrekking op het feit dat aanvullende rechten niet kunnen worden meegenomen naar een volgende verrichting.

Meeneembare rechten kunnen echter wel degelijk worden aangewend voor de betaling van aanvullende rechten die verschuldigd worden op een verrichting uit het verleden, althans binnen de gestelde limieten.

 

Voorbeeld

Aankoop door A in 2006 van een woning. A had een principieel meeneembaar bedrag (PMB) van € 10.000.

Geheven:

120.000 x 5% = 6.000 – 6.000 (relatieve limiet) = 0

Excedent 4.000

Thans heffing aanvullende rechten wegens niet voldoen klein beschrijf.

120.000 x 10% = 12.000 – 10.000 (PMB) = 2.000 aanvullende rechten

+ belastingverhoging 20% x 6.000 = 1.200

Dit standpunt houdt een versoepeling in, in het voordeel van de belastingplichtige, in vergelijking met het federaal standpunt dat bleek uit Circulaire 3/2005.

--------------

  • het voorbeeld werd op 17.10.2016  aangepast, publicatie op 16.11.2016
  • oorspronkelijk standpunt dd. 21.03.2016, publicatie op 04.04.2016

OPMERKING: zie ook standpunt SP 18047