Beroepspersoon – bevrijding door wederverkoop – vrijwillige aanvullende betaling

Standpunt nr. 16104 dd. 14.11.2016

Art. 2.9.4.2.5 VCF


 

Rekening houdend met het feit dat artikel 2.9.4.2.5, §1, VCF voorziet dat het aangekochte goed binnen de gestelde termijn moet worden vervreemd door de verkrijger of zijn rechthebbenden, wordt aangenomen dat de verkoop door een tweede beroepspersoon, aan wie de eerste koper-beroepspersoon het goed op niet-bevrijdende wijze heeft doorverkocht, zowel bevrijdend is voor de eerste als voor de tweede beroepspersoon. Voor de eerste beroepspersoon wordt hier uiteraard rekening gehouden met de termijn die voor deze beroepspersoon geldt.

Op grond van artikel 2.9.4.2.5, §2 VCF kan de beroepspersoon, die bijvoorbeeld verwacht dat hij het aangekochte goed niet tijdig zal kunnen verkopen, vrijwillig betaling aanbieden van de aanvullende belasting. Deze betaling kan enkel bevrijdend zijn voor de betrokken beroepspersoon zelf en niet voor de beroepspersoon van wie de betrokken beroepspersoon het goed heeft aangekocht. Deze beroepspersoon zal dus eveneens aanvullende rechten moeten betalen.

Het feit dat een beroepspersoon spontaan de betaling van aanvullende rechten aanbiedt, belet niet dat de belastingverhoging van 20% (art. 3.18.0.0.11, 1ste lid, 9° VCF) verschuldigd is. De VCF voorziet immers geen uitzondering in dit geval.

 

---------------

  • publicatie op 03.01.2017