Meeneembaarheid - Rouwkoop

Standpunt nr. 17042 dd. 04.09.2017

Artt. 2.9.5.0.1. en 2.9.6.0.1. VCF


 

X heeft een eerste woning gekocht (A1), in het kader van een openbare verkoop na rouwkoop. Aangezien de tweede toewijzing aan X geen aanleiding gaf tot de heffing van een hoger recht dan bij de eerste toewijzing aan de gebrekkige koper, was deze tweede toewijzing vrijgesteld van het verkooprecht (artikel 2.9.6.0.1, lid 1, 2° VCF.).

X wenst nu deze woning te verkopen (V1) en een nieuwe woning aan te kopen (A2).

 

Niettegenstaande er strikt genomen geen verkooprecht werd betaald, kan door toepassing van het adagium “vrijstelling geldt als betaling” toch beroep worden gedaan op de meeneembaarheid.

De volgende situaties kunnen zich voordoen :

  • De toewijzing na rouwkoop geeft aanleiding tot hetzelfde verkooprecht als op de eerste verkoop. X is volledig vrijgesteld. Dit vrijgesteld bedrag komt in aanmerking komt voor de meeneembaarheid.
  • De toewijzing na rouwkoop geeft aanleiding tot een hoger verkooprecht als op de eerste verkoop. X is voor een deel vrijgesteld en is verkooprecht verschuldigd op het surplus. Het totaal bedrag komt in aanmerking voor de meeneembaarheid.
  • De toewijzing na rouwkoop geeft aanleiding tot een lager verkooprecht als op de eerste verkoop. X is volledig vrijgesteld. Enkel het vrijgesteld bedrag komt in aanmerking voor de meeneembaarheid (dus niet het saldo dat door de rouwkoper verschuldigd blijft).

 

------------

  • publicatie op 18.09.2017