Schenking Familiale onderneming – Verkoop met BTW - Vrijstelling niet gevraagd – Bezwaar

Standpunt nr. 15060 dd. 24.06.2019

Art. 2.8.6.0.3., 2.9.6.0.1., 3.5.2.0.1. en 3.12.3.0.1. VCF


 

Om te genieten van de vrijstelling vermeld in art. 2.8.6.0.3. VCF (vrijstelling schenking fam. ond.) of de vrijstelling vermeld in art. 2.9.6.0.1. VCF (verkoop met BTW) moet deze vrijstelling vooraf aangevraagd worden in de authentieke akte (art. 3.12.3.0.1. VCF).

Art 3.12.3.0.1. VCF:

Ҥ 1. Al naargelang de situatie verklaren de partijen in de akte of het geschrift, of in een vermelding onderaan op de akte of het geschrift, dat :

4° ze de toepassing vragen van artikel 2.8.6.0.3, artikel 2.9.3.0.2, artikel 2.9.3.0.3, artikel 2.9.4.2.1, artikel 2.9.5.0.1, artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°, artikel 2.9.6.0.2, artikel 2.10.3.0.2, artikel 2.10.6.0.1, eerste lid, 2°, of artikel 2.10.6.0.2.

…”

Indien men deze vrijstelling vooraf niet heeft aangevraagd kan men binnen de bezwaartermijn beroep doen op de bezwaarprocedure. De memorie van toelichting bij de afschaffing van de vangnetten van 212ter en 212quinquies (nl. dat dit opgevangen wordt door de bezwaarprocedure) wordt in dezelfde lijn doorgetrokken naar andere gunstregimes die niet ab initio gevraagd werden.

 

Uitzondering: de aankoop door een beroepskoper (In art. 2.9.4.2.4., § 3, eerste lid staat dat indien de vereiste verklaringen niet in de akte staan of de in artikel 3.12.3.0.1., § 3, derde lid VCF vermelde verklaring niet is toegevoegd, is er geen mogelijkheid tot teruggave (art. 2.9.4.2.5., 6 3, eerste lid VCF).

De vrijstelling schenkbelasting voor familiale bedrijfsactiva in toepassing van art. 2.8.6.0.3, §1 VCF kan – wanneer deze niet werd aangevraagd bij de initiële aanslag – evenmin voor de aanvullende rechten aangevraagd worden door binnen de daaropvolgende bezwaartermijn beroep te doen op de bezwaarprocedure.

 

----------

  • aangevuld op 24.06.2019, publicatie op 09.07.2019
  • oorspronkelijk standpunt van 27.04.2015, publicatie op 05.05.2015