Belasting

Erfbelasting

Artikel

Art. 27, 33 en 42, VIII W. Succ. (huidig art. 2.7.3.4.1, lid 1 en 2, art. 2.7.3.4.4. en 3.3.1.0.8, §1 VCF)

Voorwerp betwisting

Optioneel finaal verrekenbeding – Vermelding passief nalatenschap in aangifte

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Antwerpen

Rolnummer

 

2015/AR/2411

Datum uitspraak

27/06/2017

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelt dat in de aangifte van nalatenschap wel degelijk melding is gemaakt van het bestaan van de verrekenvordering, die een overeenstemmende verrekenschuld in de nalatenschap impliceert.

De verrekenschuld werd weliswaar niet aangegeven onder het onderdeel “Passief van de nalatenschap”, doch het wetboek successierechten schrijft niet voor dat de schulden moeten worden opgenomen onder een onderdeel genaamd “passief van de nalatenschap”. Artikel 42, VIII W. Succ. (thans art. 3.3.1.0.8, §1 VCF) schrijft enkel voor dat elk der schulden wordt ‘aangeduid’. In deze is de schuld aangeduid door vermelding in de aangifte.

Verder schrijft het W. Succ. voor dat opgave wordt gedaan van de naam, voornaam en domicilie van de schuldeiser, van de oorzaak van de schuld en van de datum van de akte. Ook aan deze voorwaarde is voldaan.

In de aangifte wordt er uitdrukkelijk vermeld dat de echtgenote de optie licht waardoor er in haar hoofde een verrekenvordering ontstaat ten laste van de nalatenschap. De oorzaak van de schuld is de akte van wijziging huwelijkscontract, waarvan eveneens melding is gemaakt in de aangifte.

De verrekenschuld is weliswaar niet nominaal bepaald in de aangifte, maar is wel bepaalbaar. Uit de aangifte blijkt immers dat de verrekenschuld gelijk is aan het netto bedrag van de nalatenschap van de overleden echtgenoot.

Het Hof oordeelt om voormelde redenen dat de verrekenschuld wel degelijk in de aangifte van nalatenschap is opgenomen zoals wettelijk vereist. Het Hof hervormt het vonnis en verklaart de vordering van de belastingplichtige gegrond.