Belasting

Erfbelasting

Artikel

Art. 3.18.0.0.6 VCF

Voorwerp betwisting

Belastingverhoging wegens laattijdige indiening

Rechtbank of Hof

Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen

Plaats

Afdeling Gent

Rolnummer

17/2557/A

Datum uitspraak

3 januari 2019

Status

Definitief

 

Samenvatting

De erfgename mevr. V. werd kort na het overlijden van haar moeder onbekwaam verklaard en onder voorlopig bewind geplaatst. De voorlopig bewindvoerder dient geen aangifte van nalatenschap in. Mevr. V. dient nadat de bewindvoering was beëindigd zelf (laattijdig) een aangifte in. Er wordt een belastingverhoging wegens laattijdige indiening opgelegd. Mevr. V. vraagt kwijtschelding en beroept zich op overmacht daar zij onder voorlopig bewind stond en niet in staat was de aangifte tijdig in te dienen.

De rechtbank is van oordeel dat indien de bewindvoerder, als vertegenwoordiger van de erfgename, de aangifte niet of niet tijdig deed, dit geen overmacht uitmaakt in hoofde van de erfgename vermits fouten of nalatigheden van een lasthebber de lastgever verbinden wanneer zij worden begaan binnen de perken van de lastgeving. Deze fouten of nalatigheden leveren op zichzelf voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht op (Cass. 27 april 2010, AR P.09.1847.N AC 2010, nr. 285; www.cass.be).

Overeenkomstig artikel 3.18.0.0.6 VCF is een belastingverhoging van toepassing bij een laattijdige aangifte. De rechtbank merkt op dat deze belastingverhoging kan worden kwijtgescholden of verminderd indien men overmacht kan bewijzen.

Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat de bewindvoerder niet tijdig een aangifte heeft gedaan en overmacht niet is bewezen kan deze belastingverhoging niet worden kwijtgescholden of verminderd.