Belasting

Leegstandsheffing bedrijfsruimten

Artikel

Art. 7 van het decreet leegstandsheffing bedrijfsruimten

Art. 569, eerste lid, 32 °, Ger. W.

Voorwerp betwisting

Toepassingsgebied - Economische activiteit betreft onderdeel inventarisatie - Niet meer betwistbaar in procedure leegstandsheffing

Rechtbank of Hof

Hof van Cassatie

Plaats

 /

Rolnummer

F.13.0178.N/1

Datum uitspraak

22/05/2015

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het Hof van Cassatie heeft reeds in mei 2013 beslist (arrest dd. 17/05/2013 -Nr. F.12.0093.N/1) dat een registratieattest (en aldus de opname op de inventaris) van de leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten niet meer kan betwist worden in het kader van een procedure tegen de leegstandsheffing bedrijfsruimten.

Op 22 mei 2015 (F.13.0178.N/4) werd deze rechtspraak door het Hof van Cassatie bevestigd: de discussie of een bedrijfsruimte al dan niet volledig is geïnventariseerd kan ook niet meer gevoerd worden in het kader van de bezwaarprocedure tegen de heffing.

Evenwel werd door de rechtbanken en hoven van beroep tot op heden beslist dat de vraag of de laatste hoofdactiviteit een economische activiteit was, betrekking heeft op het toepassingsgebied en dus op de geldigheid van de belasting. Het feit of er sprake is van een bedrijfsruimte of niet kan volgens deze rechtspraak wel betwist worden in een procedure tegen de belasting. Voormelde cassatierechtspraak zou dus niet gelden voor deze problematiek.

VLABEL heeft echter steeds geargumenteerd dat de vraag of er sprake is van een bedrijfsruimte net een essentieel onderdeel uit maakt van de inventarisatie. Enkel bedrijfsruimten worden immers geïnventariseerd in de desbetreffende inventaris. Als men van oordeel is dat er geen sprake is van een bedrijfsruimte dient dit opgeworpen te worden op het ogenblik van de inventarisatie en niet meer op het moment dat men de heffing gaat betwisten.

Het Hof van Cassatie heeft nu in een (ander) arrest dd. 22/05/2015 (Nr. F.14.0142.N/4) de redenering van VLABEL gevolgd.

In casu had het Hof van Beroep te Brussel bij arrest dd. 21/01/2014 geoordeeld dat niet bewezen is dat de laatste hoofdactiviteit een landbouwactiviteit (en bijgevolg een economische activiteit) was. Volgens dat Hof viel het belaste pand dus niet onder het toepassingsgebied van het leegstandsdecreet bedrijfsruimten.

Het Hof van Cassatie heeft het arrest van het Hof van Beroep dd. 21/01/2014 vernietigd op grond van volgende motivatie

“De mogelijkheid de registratie aan te vechten op grond van artikel 7 Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten en artikel 569, eerste lid, 32 °, Gerechtelijk Wetboek sluit uit dat wanneer de heffingsplichtige die mogelijkheid niet heeft benut of ze tevergeefs heeft uitgeput, de rechter die op grond van artikel 26 §4, Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten en artikel 569, eerste lid 32°, Gerechtelijk Wetboek kennis neemt van het tegen de heffing ingediende bezwaar, nog uitspraak doet over de wettigheid van de registratie op grond waarvan de heffing is vastgesteld.”