Belasting

Leegstandsheffing bedrijfsruimten

Artikel

  • Artikel 2, 9° decreet leegstandsheffing bedrijfsruimten
  • Artikel  15, §2 decreet leegstandsheffing bedrijfsruimten

Voorwerp betwisting

Hoofdelijkheid - Naakte eigenaar als belastingplichtige

Rechtbank of Hof

Grondwettelijk Hof

Plaats

/

Rolnummer

6144

Datum uitspraak

03/03/2016

Status

Definitief

 

Samenvatting

Op 3 maart 2016 heeft het Grondwettelijk Hof in zake de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, 9°, en 15, §2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten het volgende geoordeeld:

Artikel 15, §2, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten schendt niet artikel 134 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. De algemene fiscale bevoegdheid van het Vlaamse Gewest laat toe regels uit te vaardigen met betrekking tot de hoofdelijkheid, ook al behoort die materie tot het burgerlijk recht en bijgevolg tot de residuaire bevoegdheid van de federale wetgever.

De algemene fiscale bevoegdheid van de gewesten strekt zich uit tot het bepalen van de wijze van invordering van de heffingen die zij invoeren. Dat geldt ook voor de leegstandheffing. Voor het bepalen van de wijze van invordering van die heffing kan de decreetgever gebruik maken van de in artikel 1202 van het Burgerlijk Wetboek voorgeschreven mogelijkheid en bepalen dat, wanneer verschillende personen eigenaar zijn van het goed waarop de heffing betrekking heeft, zij hoofdelijk gehouden zijn tot de betaling ervan. Hierdoor regelt hij niet de rechtsfiguur van de hoofdelijkheid.

Artikel 2, 9°, juncto artikel 15, §2, van het hetzelfde decreet, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het de naakte eigenaars aanwijst als de personen die de leegstandheffing verschuldigd zijn, is niet bestaanbaar met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat zij naakte eigenaars van bedrijfsruimten, die zelf niet verantwoordelijk kunnen worden geacht voor de leegstand, aanwijzen als de personen die de daarbij opgelegde heffing verschuldigd zijn.