Belasting

Leegstandsheffing bedrijfsruimten

Artikel

Oud artikel 15 §3 van het Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten

Voorwerp betwisting

Opschorting nieuwe eigenaar op grond van het toenmalig artikel 15 §3 van het Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten betreft een vrijstelling

Rechtbank of Hof

Hof van Cassatie

Rolnummer

F.16.0039.N

Datum uitspraak

21/12/2007

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het Hof van Cassatie heeft bij arrest dd. 21/12/2017 volgende uitspraak gedaan:

Krachtens artikel 15, § 1, Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten, zoals hier van toepassing, wordt er een jaarlijkse heffing ingevoerd ten voordele van het Vernieuwingsfonds op de onroerende goederen die opgenomen zijn in de inventaris.

De heffing wordt ingevoerd vanaf het kalenderjaar dat volgt op de tweede opeenvolgende registratie in de inventaris voor geheel of gedeeltelijk verlaten of verwaarloosde bedrijfsruimten, zijnde het aanslagjaar. De heffing heeft betrekking op het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de heffing wordt betekend, zijnde het heffingsjaar.

Krachtens artikel 15, § 2, Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten, zoals hier van toepassing, komt die heffing ten laste van diegene die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de aan de heffing onderworpen onroerende goederen.

Krachtens artikel 15, § 3, Leegstandsdecreet Bedrijfsruimten, zoals hier van toepassing, wordt in geval van overdracht van een eigendomsrecht aan nieuwe eigenaars van een onroerend goed dat reeds éénmaal in de inventaris is geregistreerd, dit goed pas aan de heffing onderworpen na het verstrijken van twee jaar na het verlijden van de authentieke akte van overdracht.

Hieruit volgt dat een bedrijfsruimte, die vóór het verlijden van de authentieke akte van overdracht reeds eenmaal in de inventaris werd opgenomen, pas twee jaar na het verlijden van de authentieke akte het voorwerp kan uitmaken van een heffing ten laste van de nieuwe eigenaar en dat deze gedurende die termijn van twee jaar is vrijgesteld van de heffing.

Die tijdelijke vrijstelling van de heffing wordt niet ongedaan gemaakt door de omstandigheid dat de leegstand nog voortduurt nadat een termijn van twee jaar verstreken is sinds het verlijden van de authentieke akte van overdracht.