Belasting

Verkeersbelasting

Artikel

Artikel 3 WIGB (tegenwoordig art. 2.2.1.0.1 VCF), artikel 21 WIGB (tegenwoordig art. 2.2.2.0.1, §2, eerste lid VCF) en artikel 99, §1 WIGB (tegenwoordig art. 2.3.2.0.1, §1, tweede lid VCF)

Voorwerp betwisting

Rallyvoertuigen

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2015/AR/3134

Datum uitspraak

17/01/2017

Status

Definitief

 

Samenvatting

Eiseres is eigenaar van een voertuig Porsche 911 GT3 dat in de registers van de DIV werd ingeschreven.

Op het inschrijvingsbewijs staat vermeld: “voertuig bestemd voor wedstrijden – enkel geldig voor rally”. Het keuringsbewijs vermeldt dat de wagen verboden is tot het normale verkeer en enkel geldig is voor wedstrijden.

Eiseres voert aan dat de rallywagen niet bestemd is voor het vervoer van personen of van goederen en dus geen personenauto is. Daarom zou zij de verkeersbelasting niet verschuldigd zijn. Zij verwijst hierbij naar het inschrijvings- en keuringsbewijs. Het voertuig zou enkel rijden op gesloten stratencircuits gebruikt voor rallywedstrijden.

Het Hof van Beroep bevestigt echter het vonnis dd. 07/09/2015 van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent.

Het Hof is van oordeel dat het voertuig te beschouwen is als een personenwagen. Het feit dat het slechts zou gebruikt worden voor rally's wijzigt niets aan de aard van dit voertuig. Zonder invloed hierop is ook het feit dat volgens het keuringsbewijs het voertuig verboden is tot het normale verkeer en enkel geldig is voor wedstrijden, nu het verschuldigd zijn van de verkeersbelasting wettelijk niet afhankelijk is van de reglementering inzake verkeerstechnische keuring.

Artikel 21 WIGB (tegenwoordig art. 2.2.2.0.1, §2, eerste lid VCF) stelt een onweerlegbaar vermoeden in van gebruik op de openbare weg zodra het voertuig is ingeschreven bij de bevoegde dienst.

Het voertuig werd ingeschreven in het repertorium van de DIV.

Het Hof merkt verder nog op dat:

  • het vermoeden ook overeenstemt met de werkelijkheid; immers wordt door dergelijke voertuigen (i.c. een racewagen type 2) de openbare weg ook gebruikt om van en naar een racecircuit te rijden of naar de garage (zij het beperkt maar de wet voorziet bij dergelijke beperking geen vrijstelling of vermindering van de belasting);
  • de wet niet voorziet in een vrijstelling voor rallyvoertuigen;
  • het feit dat op de aanvraag tot inschrijving van het voertuig werd vermeld: “voertuig bestemd voor wedstrijden. Enkel geldig voor rally.” zonder invloed blijft. De administratie heeft bij dergelijke vermeldingen geen verplichting te reageren in een of andere zin, noch kan zij op grond van die vermelding het voertuig waarvan inschrijving wordt gevraagd weigeren in te schrijven; indien men het voertuig laat inschrijven dan is dit normalerwijze omdat het ook op de openbare weg zal moeten gebruikt worden.

Wat de BIV betreft bepaalt artikel 99, §1 WIGB (tegenwoordig art. 2.3.2.0.1, §1, tweede lid VCF) uitdrukkelijk dat de in artikel 94, 1° WIGB bedoelde voertuigen worden geacht op de openbare weg in gebruik te zijn genomen, wanneer zij in het repertorium van de Dienst van het Wegverkeer ingeschreven zijn of moeten zijn.

Aldus wordt een onweerlegbaar vermoeden van gebruik op de openbare weg ingesteld. Ook de BIV is wettelijk verschuldigd.

Rekening houdend met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof moet aangenomen worden dat de fiscale wetgever de vermoedens kon aanwenden, en de verscheidenheid van toestanden slechts met een zekere graad van benadering kon opvangen.

Voor zover als nodig merkt het Hof op dat de door appellant aangehaalde rechtspraak van de rechtbank van eerste aanleg te Luik niet tot een ander besluit moet leiden nu rechtspraak hoe dan ook niet bindend is en het hier gaat om een gewestmaterie in een ander Gewest.