Belasting

Kilometerheffing

Artikel

Artikel 1.1.0.0.2, al. 5, 6° VCF, art. 2.4.1.0.1 VCF, art. 2.4.6.0.1, §1 VCF

Voorwerp betwisting

Reinigingsvoertuigen

Rechtbank of Hof

Rechtbank Eerste Aanleg

Plaats

Brussel

Rolnummer

2016/1997/A

Datum uitspraak

24/10/2017

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het geding heeft betrekking op het toepassingsgebied/een vermeende vrijstelling van de kilometerheffing waarop eiseres meent een beroep te kunnen doen.

De belastingplichtige is een vennootschap die diensten verleend op het vlak van ontstoppingen, reinigen van septische putten, verwijderen van mazouttanks, e.d. Zij gebruikt hiervoor een vrachtwagenpark van specifiek voor deze doeleinden omgebouwde vrachtwagens.

Eiseres deed een verzoek tot belastingvrijstelling van de kilometerheffing omdat deze volgens haar niet zouden bedoeld zijn voor het vervoer van goederen over de weg.

Dit verzoek werd afgewezen op basis van de omzendbrief FB/VLABEL/2016/1.

De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel is van oordeel dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen de vraag naar het toepassingsgebied van de kilometerheffing en een eventuele vrijstelling hiervan.

Wat betreft het toepassingsgebied van de belasting dient, op basis van het legaliteitsbeginsel in de eerste plaats gekeken te worden naar het decreet.

Ingevolge art. 2.4.1.0.1. VCF wordt een belasting geheven van het gebruik door een voertuig van een niet geconcedeerde weg. Wat onder voertuig dient te worden verstaan, wordt omschreven in art. 1.1.0.0.2, al. 5, 6° VCF.

Op basis van deze duidelijke en niet voor interpretatie vatbare wettekst zijn alle motorvoertuigen van meer dan 3,5 ton, al dan niet uitsluitend bedoeld of gebruikt voor het vervoer over de weg van goederen, onderworpen aan de kilometerheffing.

Het feit dat de voertuigen niet hoofdzakelijk bedoeld zijn voor het vervoer van goederen over de weg, maakt dus niet dat deze niet aan de belasting zou onderworpen zijn. Hoewel het goederenvervoer niet de hoofdbestemming uitmaakt van de kwestieuze voertuigen, is er toch niet exclusief sprake van dienstverlening. Reinigingsproducten en afvalproducten kunnen door de belaste voertuigen worden vervoerd.

De voertuigen zijn dus principieel onderworpen aan het toepassingsgebied van de kilometerheffing.

Op dit punt is de omzendbrief FB/VLABEL 2016/1 dus niet strijdig met de wetgeving.

Wat betreft de vraag naar een eventuele belastingvrijstelling wordt vastgesteld dat de voertuigen niet vallen onder de belastingvrijstelling van art. 2.4.6.0.1, §1 VCF.

Het feit dat de voertuigen van eiseres voordien niet onderworpen waren aan de verkeersbelasting of het eurovignet, kan aan voorgaande geen afbreuk doen. Bij het invoeren van nieuwe wetgeving kan het toepassingsgebied van de wetgeving wijzigen.

Meer nog, eiseres een vrijstelling verlenen tegen de letter van de wet (decreet) is op zich een inbreuk op het legaliteitsbeginsel. Niet enkel belastingen dienen gebaseerd te zijn op een wettekst (art. 170 GW.), doch hetzelfde geldt ook voor belastingvrijstellingen (art. 172 GW.).

Het vertrouwensbeginsel is dus niet geschonden en evenmin kan op basis van dit vertrouwensbeginsel een inbreuk op het legaliteitsbeginsel gerechtvaardigd worden.