Belasting

Eurovignet

Artikel

Art. 13 Eurovignetwet, art. 3 Eurovignetbesluit, art. 6.1 EVRM

Voorwerp betwisting

Mildering van administratieve boetes

Rechtbank of Hof

Hof van Cassatie

Plaats

Brussel

Rolnummer

F.17.0141.N

Datum uitspraak

21/09/2018

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het Hof van Cassatie oordeelt dat de omstandigheid dat een fiscale sanctie internrechtelijk niet als strafrechtelijk wordt gekwalificeerd, niet uitsluit dat die maatregel strafrechtelijk van aard kan zijn in de zin van artikel 6.1. EVRM. Dit is het geval indien de overtreden bepaling gericht is tot alle burgers in hun hoedanigheid van belastingplichtige en de maatregel niet ertoe strekt een geldelijke schade te vergoeden maar in wezen een preventief en bestraffend doel heeft. De omstandigheid dat de fiscale sanctie licht is heeft niet tot gevolg dat deze aan de toepassing van artikel 6.1. EVRM is onttrokken.

De boete wegens het meer dan een maand vervallen zijn van het eurovignet sanctioneert een norm die gericht is tot eenieder die met zware vrachtwagens gebruik maakt van bepaalde wegen en is niet slechts gericht tot een bepaalde groep personen met een bijzonder statuut. Uit de aard en de wijze van bepaling van de omvang van de boete blijkt dat deze geen vergoedende functie heeft, maar in wezen ertoe strekt te straffen en herhaling van inbreuken te voorkomen.

De boete is bijgevolg strafrechtelijk van aard in de zin van artikel 6.1. EVRM. De omstandigheid dat de sanctie niet zwaar is, doet hieraan geen afbreuk.

De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat de rechter mag onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, en de weerslag van de sanctie voor de betrokkene, maar moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie.

Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen.

Het Hof van Cassatie besluit dat de appelrechter, bij toepassing van het evenredigheidsbeginsel, naar recht heeft geoordeeld dat het opleggen van een administratieve boete van 100% van het verschuldigde bedrag in de gegeven omstandigheden onevenredig is met de begane inbreuk om reden dat de verweerster voorheen nog geen overtreding beging op de wettelijke bepalingen inzake het eurovignet en uit het bewijs van betaling blijkt dat de verweerster het eurovignet is gaan betalen aan het loket van de Vlaamse Belastingdienst, nog op de datum van de vaststelling van de overtreding en vóór er sprake was van enige boete.