Belasting

Kilometerheffing

Artikel

Artikel 1.1.0.0.2, vierde lid, 6° VCF; art. 2.4.1.0.1 VCF; omzendbrief FB/VLABEL/2017/1 (punten 16 en 17)

Voorwerp betwisting

Materieel toepassingsgebied – combinatie trekker met ZZ-proefritplaat en oplegger met gewone nummerplaat

Rechtbank of Hof

Rechtbank

Plaats

Brussel

Rolnummer

2017/4215/A en 2017/4216/A

Datum uitspraak

18/03/2019

Status

Definitief

 

Samenvatting

De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel oordeelde dat uit de samenlezing van de bepalingen van het decreet (VCF) en de overwegingen van de omzendbrief FB/VLABEL/2017/1 en/of FB/VLABEL/2016/1 blijkt dat voertuigen met proefritplaat ZZ niet onderworpen zijn aan de kilometerheffing voor zover enkel gebruikt overeenkomstig de voorwaarden bepaald in het KB van 08.01.1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens. In dat geval is er immers geen sprake van vervoer over de weg van goederen.

De combinatie van een trekker en een (lege) oplegger moet in beginsel geacht worden onder het toepassingsgebied te vallen van de kilometerheffing in zoverre de MTM meer dan 3,5 ton bedraagt. Immers, een trekker die een (zelfs lege) oplegger voorttrekt is uit zijn aard bedoeld, al dan niet uitsluitend, voor het vervoer over de weg van goederen.

Een trekker voorzien van een ZZ-proefritplaat valt in de regel niet binnen het materiële toepassingsgebied van de kilometerheffing, indien voldaan is aan de voorwaarden van het KB van 08.01.1996 (zie de omzendbrief FB/VLABEL/2017/1).

Dit is anders indien deze trekker – niettegenstaande de aanwezigheid van een ZZ-plaat – toch goederen vervoert (zie punt 17 van de omzendbrief FB/VLABEL/2017/1).

Het behoort aan de administratie om hiervan het bewijs te leveren. Immers, volgens de eigen omzendbrief vallen “voertuigen met proefritplaat ZZ” in beginsel niet binnen het materieel toepassingsgebied van de kilometerheffing (weliswaar voor zover deze enkel gebruikt worden volgens de voorwaarden vastgelegd in het KB van 08.01.1996). Het onrechtmatig gebruik van de ZZ-platen kan niet worden vermoed.

Dit bewijs wordt niet geleverd door het enkel feit dat de trekker een oplegger (zonder ZZ-plaat) voorttrekt, daarbij steunend op het gegeven dat de oplegger dan zelf als een goed zou moeten worden beschouwd. Een oplegger kan, evenmin als een trekker, zelf niet als een goed worden beschouwd.