Verplichte betaling na startfeiten

Meestal moet de heffing niet onmiddellijk betaald worden. Er moet maar betaald worden wanneer de meerwaarde gerealiseerd wordt (als er zich een “startfeit” voordoet). In de meeste gevallen betekent dit:

  • naar aanleiding van het verlijden van de authentieke akte betreffende een overdracht ten bezwarende titel van enig zakelijk recht met betrekking tot het perceel, door een heffingsplichtige.
  • bij het verkrijgen van een van de volgende vergunningen, voor zover deze vergunning vóór de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan niet kon worden verleend

a) een stedenbouwkundige vergunning voor handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, voor zover de handelingen niet louter betrekking hebben op het vellen van bomen, afbraakwerken of bodemsaneringswerken. Dit zijn dus haast alle bouwvergunningen alsook de vergunningen voor functiewijziging van bijvoorbeeld weekendverblijf naar woning voor permanente bewoning

         b) een verkavelingsvergunning.

Het zich voordoen van een startfeit kan dus jaren later zijn. Hoewel de heffing dus niet onmiddellijk moet worden betaald, heeft de belastingplichtige er voordeel bij dat toch te doen: dan krijgt hij 15% korting (“bonificatie”) onder bepaalde voorwaarden.

Opmerking:

Er is geen sprake van nalatigheidsintrest zo lang er geen startfeit voor de heffing bestaat, ook al is dit jaren later.

Opgelet

Ondanks het feit dat er zich reeds een startfeit heeft voorgedaan is mogelijk dat een aanslagbiljet toch vermelding maakt van het recht op bonificatie en de twee bedragen. Op moment van inkohiering en verzending van het aanslagbiljet is het immers mogelijk dat de Vlaamse Belastingdienst nog niet op de hoogte is van een recente verkoop of het recent afleveren van een vergunning. Een dergelijk aanslagbiljet is echter zonder meer rechtsgeldig, het aanslagbiljet toont dat de betalingstermijn en het recht op bonificatie respectievelijk afhankelijk zijn van de verrichtingen in artikel 2.6.14, en 2.6.15 VCRO. Deze artikelen worden toegelicht op de achterzijde van het aanslagbiljet.

Er zijn dus twee soorten aanslagbiljetten mogelijk:

  • Een met twee bedragen en zonder vermelding van een uiterste betaaltermijn: er werd vóór verzending van het aanslagbiljet nog geen startfeit gesteld of het startfeit is nog niet gekend door de Vlaamse Belastingdienst
  • Een met één bedrag, 100% van de heffing, en met vermelding van een uiterste betaaltermijn: er werd vóór verzending van het aanslagbiljet wel al een startfeit gesteld en het startfeit is reeds gekend door de Vlaamse Belastingdienst