Vrijstelling voor nationale domeingoederen
Principe

Bepaalde onroerende goederen die voor een openbare dienst worden gebruikt, kunnen vrijgesteld worden van onroerende voorheffing.

Toekenningsvoorwaarden

Om vrijgesteld te worden moeten de onroerende goederen tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoen. Ze moeten:

  • de aard van nationaal domeingoed hebben;
  • op zichzelf niets opbrengen (improductief zijn);
  • voor een openbare dienst of een dienst van algemeen nut gebruikt worden.

De vrijstelling wordt voor de eerste maal verleend op vraag van de belastingplichtige die daarvoor een bezwaarschrift moet indienen. Op de webpagina Formulieren onroerende voorheffing vindt u een formulier dat u kan helpen om de nodige bewijsstukken in te dienen.

Als een onroerend goed erkend wordt als nationaal domeingoed en voor een bepaald aanslagjaar van de onroerende voorheffing wordt vrijgesteld, blijft die vrijstelling ook de volgende jaren behouden zonder dat een nieuw verzoek moet ingediend worden. De Vlaamse Belastingdienst controleert periodiek of nog aan alle voorwaarden is voldaan.

Voorwaarde 1: nationaal domeingoed

Een nationaal domeingoed is een goed dat aan de gemeenschap toebehoort, zoals de eigendommen van de staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen. Ook instellingen die van deze afhangen (b.v. OCMW of kerkfabriek) en bedrijven die met de staat gelijkgesteld zijn voor de toepassing van belastingwetten (b.v. NMBS en de Post) kunnen in bepaalde gevallen als nationaal domeingoed beschouwd worden.

Voorwaarde 2: improductiviteit

Met improductiviteit wordt bedoeld dat het onroerend goed op zichzelf niets opbrengt. Dit betekent dat het goed rechtstreeks geen vruchten opbrengt. Zo bijvoorbeeld mag het goed niet verhuurd zijn want dan brengt het huurgelden op.

Specifiek geval: hernieuwbare energietechnologie

Voorbeelden van hernieuwbare energietechnologie zijn zonnepanelen en windturbines. Als b.v. op het dak van een gebouw zonnepanelen geplaatst zijn, zou kunnen geredeneerd worden dat het gebouw niet meer strikt improductief is, maar toch kan de vrijstelling toegekend worden of behouden blijven.

Voorwaarde 3: openbare dienst of dienst van algemeen nut

Het goed moet de gemeenschap, en geen individuele personen, ten goede komen. Van zodra het publiek zonder onderscheid van de voordelen van de instelling kan genieten, is aan deze voorwaarde voldaan. De vrijstelling geldt echter maar vanaf het moment dat het onroerend goed effectief voor een openbare dienst wordt gebruikt.