Wijzigen of intrekken verzoek om invorderingsbijstand

Het is de taak van de verzoekende partij, de aangezochte partij zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van eventuele wijzigingen aan het verzoek of van de intrekking ervan.

Reden van wijziging of intrekking kunnen zijn :

  • Eigen (gedeeltelijke) inning
  • Een volledige of gedeeltelijke ontheffing van de in het verzoek opgenomen schuldvorderingen.(RL art 14 – art 12 §2 decreet)

Dit druist niet in tegen de bepalingen van art 11,1. Daarin wordt gesteld dat geen verzoek tot invordering kan worden ingediend zolang er nog een hangend geschil is. Het is best mogelijk dat een bezwaarschrift (bv verzoek tot ambtshalve ontheffing) wordt ingediend na het lanceren van een verzoek tot invordering.

Daarnaast voorziet datzelfde art 11,1 dat een verzoek tot invordering voor een betwiste aanslag wel kan in zoverre de wetgeving van de aangezochte lidstaat daarin voorziet.

Bij wijziging zal een aangepaste uniforme titelmoeten worden gecreëerd. Een titel op basis waarvan de aangezochte autoriteit verder het verzoek zal afhandelen.