Het belaste pand wordt niet verkocht in de loop van het aanslagjaar?

Als belastingplichtige wordt beschouwd degene(n) die op het ogenblik van het verstrijken van de eerste periode van 12 maanden na opname van het pand in de inventaris (of een verjaringsdatum ervan) houder is (zijn) van één van volgende zakelijke rechten met betrekking tot het belaste pand:

  • De volle eigendom
  • Het recht van opstal of van erfpacht
  • Het vruchtgebruik

Behoort een van deze zakelijke rechten toe aan meer dan een persoon, dan is elk van hen hoofdelijk verplicht de verschuldigde heffing te betalen. Met andere woorden: ieder van hen kan worden verplicht om het volledige bedrag te betalen. Elke mede-eigenaar dient door de inventarisbeheerder op de hoogte gebracht te worden van de opname van het pand in de inventaris en van de procedure die met dergelijke opname gepaard gaat, en elke mede-eigenaar dient een aanslagbiljet te ontvangen. In het kohier worden ook alle mede-eigenaars opgenomen.

Voorbeeld:

Een woning behoort voor de helft in volle eigendom toe aan persoon A en voor de andere helft in volle eigendom aan persoon B. Wanneer de heffing niet wordt betaald, kan de Vlaamse Belastingdienst het volledige bedrag invorderen bij persoon A. Dit principe heet hoofdelijkheid.

 

Het belaste pand werd verkocht in de loop van het aanslagjaar?

Wanneer het belaste pand werd verkocht in de loop van het heffingsjaar, zijn meerdere situaties mogelijk. Hou er rekening mee dat onder 'verkoop' de eigendomsoverdracht wordt verstaan; deze kan in zeldzame gevallen reeds plaatsvinden bij ondertekening van de onderhandse verkoopsovereenkomst (compromis) maar meestal geschiedt deze eigendomsoverdracht pas op datum van het verlijden van de notariële akte.

Opgelet:

Meer informatie over de kennisgeving van de overdracht van het zakelijk recht door de notaris of één van de partijen.