Zijn aangezochte autoriteiten steeds verplicht tot het verstrekken van inlichtingen ?

Zijn aangezochte autoriteiten steeds verplicht tot het verstrekken van inlichtingen?

A. In art 5,2 ° van Richtlijn 2010/24/EU voorziet de Unie een aantal situaties waarbij de aangezochte autoriteit kan weigeren de gevraagde informatie te verstrekken.

  • Wanneer de aangezochte autoriteit verzocht wordt inlichtingen te verstrekken die zij voor eigensoortgelijke vorderingen niet zou kunnen bekomen.
  • Wanneer het inlichtingen betreft die een handels-, bedrijfs-, nijverheids-, of beroepsgeheim zou gaan onthullen.
  • Wanneer het verstrekken  van de gevraagde inlichtingen de veiligheid in de aangezochte lidstaat in het gedrang zou brengen, of wanneer deze in strijd zouden zijn met de openbare orde van de lidstaat.

De Vlaamse Overheid herneemt deze gevallen in art 15 § 2 van haar decreet.

Wanneer een aangezochte autoriteit meent dat aan het verzoek, om bovenstaande redenen, niet kan worden tegemoet gekomen dan dient zij dit te motiveren ( RL art 5,4°).

B. Daarnaast voorziet de Richtlijn in art 18,2 (decreet : art 23 § 2) dat een lidstaat niet gehoudenis bijstand te verlenen wanneer het een verzoek betreft voor vorderingen ouder dan 5.

Evenwel voorziet de Richtlijn in een uitbreiding van de termijn voor die gevallen waarin de aanslagen opgenomen in het verzoek het voorwerp uitmaakten van een betwisting of wanneer bijkomende betalingstermijnen werden toegekend.

De periode van 5 jaar vangt in voorkomend geval aan op de dag dat de schuldvordering niet langer kan worden betwist (wanneer termijnen voor beroep zijn verstreken) of wanneer de bijkomende betalingstermijnen zijn verlopen. Nooit echter is een land gehouden bijstand te verlenen voor vorderingen ouder dan 10.

Hier dient opgemerkt dat het vooralsnog onduidelijk is welke landen toch voorzien in een verlengde bijstand zonder dat aan voorgaande twee voorwaarden is voldaan. Alvast Nederland, Luxemburg, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zouden de enge interpretatie voorstaan.

Ook hier weer zal de aangezochte autoriteit haar redenen voor afwijzing kenbaar maken (RL art 18,4)

C. Grensbedrag

Om een overmatige toestroom aan vragen om bijstand te voorkomen voorziet art 18,3 van de richtlijn in een benedengrens. Deze grens werd vastgesteld op 1500 € (*). Vandaag bestaan er verschillende interpretaties van de tekst van de richtlijn. Er wordt aangenomen dat de 1500 € grens niet van toepassing is op verzoeken om inlichtingen.

Evenwel stelt het Decreet in art 23 §3 dat de Vlaamse autoriteit geen bijstand verleent voor schuldvorderingen lager dan 1500 €.

(*) De grens van 1500 € dient te worden bekeken per belastingplichtige. Alle sommen (ja, zelfs bestuursoverschrijdend) die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen waartoe hij, krachtens de Belgische wetgeving, gehouden is tot betaling komen in aanmerking.