Belasting

Onroerende voorheffing

Artikel

Art. 376 WIB92 (tegenwoordig art. 3.6.0.0.1 VCF)

Voorwerp betwisting

Retroactieve herschatting KI - Geen nieuw feit

Rechtbank of Hof

Hof van Beroep

Plaats

Gent

Rolnummer

2014/AR/1220

Datum uitspraak

9/6/2015

Status

Definitief

 

Samenvatting

Het Hof van Beroep te Gent heeft in een arrest van 9 juni 2015 beslist dat de retroactieve herschatting van het K.I. niet kan beschouwd worden als een nieuw feit in de zin van artikel 376 WIB92 (tegenwoordig art. 3.6.0.0.1 VCF)

Op basis van de parlementaire voorbereiding bij artikel 376 WIB92 en cassatierechtspraak waarin wordt geoordeeld dat nieuwe bescheiden of feiten in de zin van artikel 376, §1 WIB92, die zijn welke van aard zijn, dat ze het bewijs van overbelasting uitmaken dat niet vroeger kan worden geleverd en dat de belastingplichtige niet in staat was te leveren voor het verstrijken van de termijn van bezwaar of beroep, komt het Hof tot volgend besluit:

De geïntimeerde verklaart niet waarom 4 jaar werd gewacht alvorens de verbouwing aan te geven bij de administratie van het kadaster. Artikel 473 WIB92 bepaalt dat de aangifte moet ingediend worden binnen dertig dagen volgend op de voltooiing van de werken. Hoewel de wet geen sanctie voorziet, staat vast dat de geïntimeerde deze wetsbepaling heeft geschonden zonder daarvoor enige verklaring te geven. De geïntimeerde heeft evenmin na de aangifte van de verbouwing en na de ontvangst van de aanslagbiljetten van de onroerende voorheffing een bezwaarschrift ingediend waarbij ze te kennen gaf dat aangifte werd gedaan van de verbouwing hetgeen aanleiding zou geven tot een herschatting van het kadastraal inkomen. Het uitblijven van de kennisgeving van het gewijzigde kadastraal inkomen heeft de geïntimeerde niet belet een bezwaarschrift in te dienen of de appellant te informeren van de omstandigheden die aanleiding geven tot de herschatting. De geïntimeerde (lees de belastingplichtige) heeft pas actie ondernomen op het moment dat ze kennis kreeg van de verlaging van het kadastraal inkomen. Op dat moment is de herschatting van het kadastraal inkomen ingevolge de verbouwing geen nieuw feit waarvan ze de appellant (lees VLABEL) niet vooraf kon informeren. De kennisgeving van de herschatting was geen nieuw feit doch slechts het te verwachten resultaat van de verbouwing en de laattijdige aangifte. De appellant stelt terecht dat in deze omstandigheden aan de voorwaarden van een ambtshalve ontheffing zoals voorzien in artikel 376, §1WIB92 niet voldaan is.

Bovendien oordeelt het Hof dat de regeling van art. 503 WIB92 [1] niet naar analogie kan toegepast worden op deze situatie.

De wet voorziet niet in een gelijkaardige regeling naar aanleiding van een kennisgeving van een herschatting van een kadastraal inkomen na een verbouwing. Niets belet de belastingplichtige na de aangifte van de bouwwerken aan de administratie van het kadaster zijn rechten ten aanzien van de

appellant te vrijwaren door een bezwaarschrift in te dienen tegen de aanslagen gevestigd op basis van een onzeker kadastraal inkomen. De huidige feitenconstellatie verschilt van de situatie bedoeld in artikel 503 WIB92. Deze verschillende situaties zijn niet vergelijkbaar en de wet voorziet afdoende mogelijkheden voor de belastingplichtige om zijn rechten te laten gelden en te vrijwaren. In die omstandigheden acht het hof het niet noodzakelijk noch nuttig een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

Tegenpartij heeft nog geen standpunt ingenomen omtrent een eventuele cassatievoorziening.

 

[1] De eventuele wijziging van het kadastraal inkomen ingevolge een bezwaar (betreffende de vaststelling, schatting of herschatting ervan) heeft uitwerking zelfs ten opzichte van de reeds te kohiere gebrachte aanslagen welke op grondslag van dat inkomen werden vastgesteld.